Hospice Lansingerland al 15 jaar een warm thuis in de laatste levensfase

Al vijftien jaar biedt Hospice Lansingerland zorg en ondersteuning aan mensen in hun laatste levensfase. Wat begon met vijf kamers, groeide uit tot een breed gedragen initiatief met zeven hospicekamers en zo’n negentig vrijwilligers uit de gemeente.

“Een hospice is een plek waar mensen die nog maar enkele maanden te leven hebben, hun laatste levensfase kunnen doorbrengen,” vertelt manager Saskia Kok. “Het is bijna net als thuis, maar dan met 24 uur per dag professionele zorg en ondersteuning.”

Volgens Kok kiezen veel mensen bewust voor het hospice, omdat familieleden daardoor weer echt partner, kind of vriend kunnen zijn in plaats van mantelzorger. “Hier staat niet de dood centraal, maar juist het leven tot het laatst.”

Aandacht en warmte in de laatste levensfase

Vrijwilliger Jaap den Uil ervaart dagelijks hoe belangrijk die aandacht is. “Je kunt heel veel voor mensen betekenen. Soms is een gesprek al genoeg om rust te geven, zowel aan bewoners als aan familieleden.” Vrijwilligers helpen onder meer bij de verzorging, maaltijden en het ondersteunen van naasten. “We kunnen altijd nieuwe vrijwilligers gebruiken,” zegt Den Uil.

Ook bewoner Marijke Smits Schouten-Veldhuizen spreekt vol warmte over haar verblijf. Nadat duidelijk werd dat genezing van haar uitgezaaide longkanker niet meer mogelijk was, koos zij bewust voor het hospice. “Mijn kinderen kunnen nu weer gewoon kind zijn en mijn zus weer mijn zus. Alles wordt hier uit handen genomen.”

Ondanks haar ziekte zegt ze gelukkig te zijn. “Iedereen is hier zo lief. Je hoeft maar op een knopje te drukken en er staat iemand voor je klaar. We proberen van de laatste periode een mooie periode te maken.”

Toen ze net in het hospice was, moest ze wennen aan het feit dat er dag en nacht mensen voor haar klaarstaan. “Als ik om twee uur ’s nachts bitterballen wil, kan dat gewoon. Ga ik niet doen natuurlijk… of misschien wel,” grapt ze.

Over de vrijwilligers heeft Marijke niets dan lof. “Ze verdienen allemaal een stoel in de hemel.”