Met drie medailles op zak keerde Niels de Langen onlangs terug van de Paralympische Spelen in Milaan. Voor de sporter uit Bergschenhoek was het zijn derde deelname, maar voor het eerst vonden de Spelen plaats in Europa en dat maakte het volgens hem extra bijzonder.
“Het was echt een gekkenhuis.” vertelt De Langen tijdens de talkshow Goedenavond Lansingerland. “Het is zo leuk om familie en vrienden op de tribune te hebben.” Waar bij eerdere edities in Azië slechts een kleine groep supporters aanwezig kon zijn, en in Beijing zelfs niemand vanwege corona, was de steun dit keer massaal. “Na de finish kunnen juichen met vrienden en familie, dat maakt het heel bijzonder.”
Van tegenslag naar topsport
De weg naar het podium begon al op jonge leeftijd. De Langen verloor zijn rechterbeen toen hij één jaar oud was door meningokokken. Op zijn zestiende liet hij ook zijn linkerbeen amputeren, dat zwaar beschadigd was. Toch vond hij juist in de wintersport zijn kracht.
De liefde voor skiën kreeg hij van huis uit mee. “Mijn ouders skieden altijd en ze zeiden gewoon: hij moet mee.” Via een vereniging voor gehandicapte wintersporters zette hij zijn eerste stappen op de piste, aanvankelijk als beginner tussen leeftijdsgenoten.
Dat hij talent had, ontdekte hij zelf pas later. “Mijn leraar zag het eerder en zei tegen mijn ouders dat er talent zat.” Via trainingen in Zoetermeer begon zijn sportieve ontwikkeling, die hem uiteindelijk naar de internationale top bracht. “Ik dacht: we zien wel waar het schip strandt. Maar het schip is nog steeds niet gestrand.”
Stap voor stap naar de top
Sinds 2010 werkt De Langen aan zijn carrière. Via internationale wedstrijden, Europacups en wereldbekers groeide hij door naar het hoogste niveau. Die opbouw vraagt jaarlijks om prestaties: selectie-eisen worden steeds strenger en moeten telkens opnieuw worden behaald.
“Het zijn eigenlijk jaarcontracten.” legt hij uit. “Je moet elk jaar laten zien dat je het niveau nog hebt.”
Training betekent niet alleen tijd op de piste. Omdat sneeuw in Nederland ontbreekt, traint De Langen een groot deel van het jaar in het buitenland, onder meer in Chili. In Nederland ligt de focus op kracht en conditie. “Dat is heel belangrijk om het hele seizoen op je best te kunnen presteren.”
Snelheden boven de 100 kilometer per uur
Tijdens de Paralympische Spelen komt De Langen uit in meerdere disciplines. In de snelste onderdelen haalt hij snelheden van boven de 100 kilometer per uur. “In trainingen heb ik zelfs wel eens 120 kilometer per uur gemeten.”
Zijn eerste medaille in Milaan won hij op de afdaling, het snelste en volgens hem mooiste onderdeel. Daarnaast pakte hij brons op de Alpine combinatie en een tweede medaille op de reuzenslalom, waar hij op slechts een halve seconde van goud eindigde. “In het begin was dat frustrerend, maar nu ben ik er vooral trots op.” zegt hij.
Blik op de toekomst
Hoewel de aandacht voor de Paralympische Spelen volgens De Langen groeit, merkt hij dat die vaak tijdelijk is. “We worden een beetje in de koelkast gezet en vlak voor de Spelen weer eruit gehaald.” zegt hij met een knipoog.
De ambitie blijft echter onverminderd groot. Over vier jaar wil hij opnieuw meedoen — en het liefst zijn medaillecollectie compleet maken. “Ik hoop dat ik dan goed genoeg ben. Maar er kan in vier jaar nog veel gebeuren.”








