Windmolens Lansingerland: stuurt de provincie te hard op één uitkomst?

De provincie Zuid-Holland wil nog steeds vooral verder met windmolens bij Kruisweg-Oost. Dat is opvallend, want de onafhankelijke Commissie MER zegt juist dat het milieurapport eerst op belangrijke punten moet worden aangevuld en dat er een fout zat in het geluidsonderzoek. Uit documenten die RTV Lansingerland via een Woo-verzoek kreeg, blijkt bovendien dat politieke druk, bestuurlijke gevoeligheid, communicatie en uitvoerbaarheid al vroeg meespeelden. Nieuw is dat Gedeputeerde Staten de definitieve voorkeursbeslissing hebben doorgeschoven tot na de behandeling van het Omgevingsbeleid door Provinciale Staten. De kernvraag blijft daarom: hoe open is de keuze nog echt?

De provincie werkt aan een definitieve keuze voor een plek voor windmolens in Lansingerland. Zo’n voorlopige keuze heet in bestuurlijke taal een voorkeursbeslissing. Op dit moment ligt de voorkeur van de provincie bij Kruisweg-Oost.

Tegelijk staat de onderbouwing van die keuze onder druk. De onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage, kortweg de Commissie mer, heeft het planMER beoordeeld. Dat is het milieurapport waarop de provincie haar keuze mede baseert. Die commissie zegt dat belangrijke informatie nog ontbreekt en dat eerst aanvullingen nodig zijn voordat over een voorkeursgebied wordt besloten.

RTV Lansingerland dook de afgelopen tijd in dat dossier. Daarvoor bestudeerden we niet alleen het advies van de Commissie mer en provinciale stukken, maar ook documenten die we via een Woo-verzoek ontvingen en antwoorden van het adviesbureau dat het planMER heeft opgesteld.

Wat de Commissie MER zegt
Het meest veelzeggende document in dit dossier is op dit moment het toetsingsadvies van de Commissie mer. Die commissie schrijft dat “op drie onderdelen belangrijke milieu-informatie ontbreekt” voor een beslissing over het voorkeursgebied. De aanvulling daarvan is volgens de commissie “essentieel”.

Het gaat om drie grote onderwerpen: landschap en erfgoed, natuur en geluid. Over geluid is de commissie extra concreet. Volgens haar zat in de berekeningen een fout, waardoor één van de onderzochte opstellingen verkeerd is beoordeeld. Daarna volgt de hoofdboodschap van de commissie: voeg die informatie eerst toe aan het rapport en neem daarna pas een besluit over de voorkeurslocatie.

Dat is bestuurlijk een zwaar signaal. De commissie zegt dus niet dat er nog wat kleine puntjes ontbreken. Ze zegt dat er informatie mist die de uiteindelijke keuze nog kan beïnvloeden.

Ook op andere punten is de commissie scherp. Zo schrijft zij dat de gevolgen voor landschap en erfgoed “waarschijnlijk (sterk) onderschat” zijn. Over het Groene Hart zegt de commissie dat nog niet goed genoeg is uitgelegd waarom windmolens daar volgens de provincie toch mogelijk zouden moeten zijn.

Daarnaast is de commissie kritisch op hoe controleerbaar het onderzoek was. In het advies staat dat twee grote technische bijlagen van het milieurapport bijna helemaal zwartgelakt waren en daardoor “niet bruikbaar” waren. Het ging niet om een paar pagina’s, maar om bijna 1.000 pagina’s — ongeveer twee derde van het hele rapport. Juist in zulke bijlagen hoort te staan hoeveel geluid of slagschaduw woningen kunnen krijgen. Ook mist de commissie daardoor een goed overzicht van gebruikte rekengegevens en duidelijke figuren.

Kortom, een belangrijk deel van de technische onderbouwing was niet goed te controleren. En als bewoners, buitenstaanders en zelfs een toetsende commissie dat niet goed kunnen controleren, wordt het ook lastiger om vertrouwen te hebben in de uitkomst.

Wat de provincie daarop antwoordt
De provincie laat via een woordvoerder van de verantwoordelijke gedeputeerde, Arno Bonte, aan RTV Lansingerland weten dat de ontwerp-voorkeursbeslissing van november 2025 volgens hem is gebaseerd op een “zorgvuldige en brede afweging”.

Volgens de provincie is daarbij niet alleen gekeken naar het planMER, maar ook naar participatie-uitkomsten, marktconsultatie, overleg met gemeenten en andere betrokkenen, de bestuursovereenkomst met Lansingerland over Bleizo-West, en praktische zaken zoals netaansluiting en technische haalbaarheid.

De provincie zegt er dus zelf bij dat het planMER maar één van de bouwstenen is onder de uiteindelijke bestuurlijke keuze. Dat is belangrijk, omdat het precies laat zien dat de keuze voor Kruisweg-Oost niet alleen uit een milieutechnisch rapport voortkomt. De provincie zegt zelf dat ook andere belangen en afwegingen een rol spelen.

Over de kritiek van de Commissie mer zegt de provincie dat die aanvullingen volgens haar “naar hun aard” waarschijnlijk niet tot “wezenlijk andere uitkomsten van de integrale afweging” zullen leiden. De provincie schrijft dat zij in de ontwerp-voorkeursbeslissing “een duidelijke voorkeur” heeft uitgesproken voor Kruisweg-Oost en daar “op dit moment nog steeds achter” staat.

Tegelijk zegt de provincie dat de besluitvorming nog niet klaar is. Als uit het addendum of verdere uitwerking toch nieuwe relevante inzichten komen, kunnen die volgens de provincie nog invloed hebben op de uiteindelijke voorkeursbeslissing. De keuze is dus nog niet formeel definitief, maar op basis van wat de provincie nu weet verwacht zij niet dat de aanvullingen veel zullen veranderen.

Waarom de provincie de definitieve keuze nu toch uitstelt
Er is inmiddels wel een belangrijke verandering in het proces gekomen. De provincie laat weten dat de definitieve voorkeursbeslissing pas wordt genomen ná de vaststelling van de Herziening Omgevingsbeleid 2025 door Provinciale Staten. Dit gaat over de provinciale regels en beleidskaders voor de ruimte in Zuid-Holland in de toekomst. Daarin staat dus ook welk beleid geldt voor onderwerpen als windenergie en het Groene Hart. Juist daarom loopt die herziening door dit dossier heen: de provincie wil de definitieve keuze voor Lansingerland nemen binnen het beleidskader dat Provinciale Staten eerst nog moeten vaststellen.

De planning is nu dat Provinciale Staten op 3 juni over dat beleid spreken en dat Gedeputeerde Staten daarna, naar verwachting eind juni, de definitieve voorkeursbeslissing nemen. Daarmee verandert de provincie de volgorde van de besluitvorming. Dat gebeurt mede naar aanleiding van het advies van de Commissie mer, die juist op die volgorde had gewezen.

Maar inhoudelijk blijft de lijn nagenoeg hetzelfde. In het nieuwe Statenvoorstel staat nog steeds dat alleen Kruisweg-Oost verder in beeld blijft en dat Noordpolder en Bleizo uit het beleid worden geschrapt, omdat daar “geen verdere ontwikkeling wordt nagestreefd”.

En daar zit precies weer diezelfde spanning. De provincie stelt de formele eindbeslissing wel uit, maar werkt inhoudelijk nog steeds vanuit dezelfde ene richting. Daardoor kan bij inwoners de indruk ontstaan dat de keuze al grotendeels is gemaakt, terwijl de onderbouwing nog wordt aangevuld.

De provincie zelf wijst dat beeld ook niet echt van de hand. Op de vraag of hiermee niet al te veel op één uitkomst wordt voorgesorteerd, herhaalt zij vooral dat de gevraagde aanvullingen volgens haar waarschijnlijk niet tot een wezenlijk andere afweging zullen leiden.

Fout in het geluidsonderzoek
De provincie geeft in haar reactie ook nieuwe uitleg over de fout in het geluidsonderzoek. Volgens haar is die fout inmiddels hersteld.

De provincie schrijft dat in één onderzochte variant door een invoerfout in het rekenmodel meerdere windturbines op dezelfde locatie waren ingevoerd. Daardoor werd de geluidsbelasting op die plek volgens haar te hoog berekend. Na correctie zouden minder woningen binnen de relevante geluidscontouren vallen en zouden de resultaten dichter aansluiten bij vergelijkbare opstellingen.

De provincie zegt er meteen bij dat dit volgens haar niet tot een andere afweging leidt.

Bijna 1000 bladzijden onleesbaar en daarmee oncontroleerbaar gemaakt
Ook op het punt van de bijna 1000 bladzijden zwartgelakte technische bijlagen reageert de provincie. Zij zegt dat daar opnieuw intern naar is gekeken, na de kritiek van de Commissie mer. De eerdere afweging wordt nu herzien. De provincie laat weten dat bij de volgende besluitvorming een versie van het planMER wordt gepubliceerd waarin deze delen niet meer of minder zijn weggelakt.

Daarmee komt de provincie deels tegemoet aan de kritiek en het laat zien dat de Commissie mer op dit punt een wezenlijk punt had: ook de provincie komt nu tot de conclusie dat een beter controleerbare versie nodig is.

Vragen aan de makers van het onderliggende PlanMER
RTV Lansingerland stelde ook vragen aan Bosch & van Rijn, het bureau dat in opdracht van de provincie het planMER voor windenergie in Lansingerland heeft opgesteld. Het planMER is het milieurapport dat een belangrijke bouwsteen vormt onder de keuze van beleidsmakers.

Dat bureau schrijft letterlijk dat het planMER “geen weging van effecten” en ook “geen weging van processtappen” bevat. Daarna volgt een belangrijke zin: het is volgens Bosch & van Rijn aan Gedeputeerde Staten om op basis van alle beschikbare informatie, waaronder het planMER maar ook medewerking van grondeigenaren en afstemming met ander provinciaal beleid, een voorkeursbesluit te nemen. Het bureau noemt dat zelf “een politiek besluit”.

Dat is een cruciale passage. Daarmee zeggen de opstellers van het milieurapport zelf dat de uiteindelijke keuze niet simpelweg uit dat rapport rolt. Het rapport levert informatie aan, maar de uiteindelijke beslissing is breder en bestuurlijk.

RTV Lansingerland stelde Bosch & van Rijn ook vragen over het geluidsonderzoek, vooral over de betrouwbaarheid van de berekeningen van de gecumuleerde geluidbelasting op woningen. Dat is belangrijk, omdat het hier niet gaat om een lege polder, maar om huizen in een gebied waar volgens het planMER het huidige gecumuleerde geluidsniveau nabij de A12, de bedrijventerreinen en de HSL al relatief hoog is.

Bosch & van Rijn antwoordde dat bij windmolenprojecten normaal wordt gewerkt met rekenmodellen en vaste brongegevens, en niet met voorafgaande metingen daadwerkelijk op straat of bij woningen. Dat is inderdaad de gebruikelijke werkwijze in Nederland. Ook het Informatiepunt Leefomgeving en het RIVM gaan uit van beoordeling via Lden- en Lnight-waarden en landelijke rekenvoorschriften.

Maar daarmee is de kritiek niet van tafel. Juist bij cumulatief geluid ligt het ingewikkelder. In de stukken zelf staat dat de gezondheidseffecten worden beoordeeld aan de hand van de toename van cumulatief geluid en de toename van het aantal ernstig gehinderden. Tegelijk waarschuwt het RIVM dat zulke berekeningen het probleem maar deels oplossen, omdat niet alle geluidsbronnen in de cumulatie worden meegenomen. Bovendien wordt de geluidbelasting per gevel gecumuleerd. Bij woningen die aan meerdere kanten geluid krijgen, kan de werkelijke blootstelling daardoor nog steeds worden onderschat.

Daarmee komt de kernvraag scherp in beeld: als het gaat om de leefomgeving van bestaande bewoners, hoe overtuigend is een uitkomst die vooral berust op bureauwerk en modelberekeningen? Formeel is dat de gebruikelijke methode. Maar juist in een gebied waar al veel omgevingsgeluid aanwezig is, blijft de vraag hoe overtuigend modelberekeningen alleen zijn voor de feitelijke leefomgeving van bewoners. Daarom blijft het een legitieme journalistieke vraag of modelberekeningen op basis van alleen deskresearch genoeg is om te kunnen zeggen dat extra geluidsdruk door windmolens nog aanvaardbaar is.

Dat schuurt ook met hoe Bosch & van Rijn zichzelf presenteert. Op de eigen website schrijft het bureau dat het werkt aan oplossingen die niet alleen technisch kloppen, maar ook maatschappelijk gedragen zijn, en dat duurzame energieprojecten de leefomgeving van mensen raken.

Wat de Woo-stukken laten zien
De stukken uit het Woo-verzoek van RTV Lansingerland laten zien dat dit dossier vanaf het begin als politiek gevoelig werd behandeld door de Provincie Zuid-Holland.

In de aanbestedingsstukken voor het planMER staat dat de opdrachtnemer rekening moest houden met “de politiek-bestuurlijke context” en de “maatschappelijke gevoeligheid” van besluitvorming over windmolens in Lansingerland. Ook staat er dat, gezien de “politieke druk op dit dossier”, een eerdere oplevering wenselijk werd geacht, zolang kwaliteit en participatie overeind bleven.

Dat betekent niet automatisch dat het onderzoek ondeugdelijk is. Maar het laat wel iets wezenlijks zien over de manier waarop de provincie dit dossier aanvliegt. Het planMER was volgens die stukken niet alleen bedoeld om milieueffecten in beeld te brengen. Het moest ook helpen bij de route naar een voorkeursbeslissing. Ook blijkt uit die stukken dat het bureau samen met provincie en DCMR invulling zou geven aan participatie en communicatie over het planMER.

Vanaf de eerste aanzet was het PlanMER dus geen rapport dat eerst helemaal los van de politiek werd gemaakt en pas daarna op tafel kwam voor een open keuze. De stukken wijzen er juist op dat onderzoek, communicatie en besluitvorming al vroeg met elkaar verweven waren.

Bleizo-West bleef wel in beeld, maar kreeg minder ruimte
In het klankbordverslag staat ook iets opmerkelijks over Bleizo-West. Op de vraag waarom Bleizo-West nog werd onderzocht terwijl daar woningbouw is voorzien, antwoordt de provincie dat die locatie op grond van de bestuursovereenkomst toch in het planMER moest worden opgenomen.

Maar in de volgende stap werd daar geen nieuwe variant meer onderzocht, omdat er in dat gebied volgens de provincie geen ruimte was om met opstellingen te schuiven. Bij Kruisweg was die ruimte er volgens de provincie wel, waardoor daar meerdere opstellingen konden worden onderzocht.

Bleizo-West mocht dus nog wel meedoen, maar kreeg minder ruimte om verder te worden uitgewerkt. Voor Kruisweg werden wel meer opstellingen doorgerekend en verfijnd. Daardoor kreeg Kruisweg veel meer kans om later als logische voorkeurslocatie uit het onderzoek te komen. Dat bewijst niet automatisch dat Bleizo-West bewust is weggeschreven. Maar het laat wel zien dat niet alle locaties evenveel onderzoeksruimte kregen.

Ook eerder onderzoek van Bosch & van Rijn uit 2023 maakt het beeld minder eenduidig dan het later lijkt. Toen adviseerde het bureau nog om twee ontwikkellocaties als voorkeursgebieden aan te wijzen: Bleizo-West en Kruisweg oostzijde. Noordpolder werd toen al “twijfelachtig qua haalbaarheid” genoemd.

Waarom landschap, Groene Hart en erfgoed zo zwaar wegen
De Commissie mer is vooral kritisch op landschap, erfgoed en het Groene Hart. In de onderliggende stukken zie je waarom dat gevoelige punten zijn. In het milieurapport wordt nadrukkelijk gekeken naar de relatie met het Groene Hart en met bestaande lijnen in het landschap, zoals de A12 en hoogspanningsinfrastructuur. In de conceptstukken staat dat sommige opstellingen zulke lijnstructuren juist verstoren en ruimtelijk diffuus zijn. Ook staat erin dat bijna alle onderzochte opstellingen dicht bij hoogspanningsinfrastructuur liggen en dat de visualisaties die interferentie duidelijk laten zien.

Voor cultuurhistorie ligt het niet anders. In de concepttekst staat dat meerdere onderzochte opstellingen vrij dicht bij traditionele molens liggen. Voor een deel gaat het zelfs om minder dan 500 meter afstand. Volgens het rapport zouden moderne windmolens daar nadrukkelijk in beeld komen en het zicht op de historische molens overheersen. Bij andere opstellingen is de afstand groter, maar zouden de windmolens nog steeds storend zichtbaar zijn. Dat sluit direct aan op de kritiek van de Commissie mer dat juist landschap, erfgoed en de onderbouwing voor het Groene Hart nog niet stevig genoeg zijn uitgewerkt.

Bewoners spreken zich uit
Stéphane Ganeff, inwoner van buurtschap Kruisweg en een bekende criticus van het dossier, trekt in zijn reactie een veel scherpere conclusie. Hij schrijft dat de Commissie mer “snoeihard” is over het planMER en dat op basis van dit rapport “nu geen voorkeursbeslissing genomen kan worden”. Volgens hem laat het advies zien dat het niet gaat om een paar kleine reparaties, maar om wezenlijke tekortkomingen in de onderbouwing.

Een van zijn scherpste passages is dat het volgens het huidige provinciale beleid gewoon helemaal niet is toegestaan windturbines in het Groene Hart te plaatsen zonder dat Provinciale Staten eerst gewijzigd beleid daarover hebben vastgesteld. Kort gezegd: volgens Ganeff kan de provincie niet eerst op een plek in of bij het Groene Hart gaan aansturen en pas later de regels passend maken.

Ook volgens Ganeff wekt de provincie zo de indruk dat de bestuurlijke richting al  lang vaststaat en dat de ontbrekende onderbouwing daarna met terugwerkende kracht moet worden aangevuld.

Dat is zijn persoonlijke standpunt, niet de eindconclusie van dit artikel. Maar het is wel relevant, omdat zijn kritiek niet uit de lucht komt vallen. Ook de Commissie mer wijst er immers op dat het provinciale beleid rond het Groene Hart nog wordt aangepast en dat daarover nog geen definitief besluit is genomen.

Als je alle stukken naast elkaar legt, ontstaat niet een beeld van een provincie die rustig wacht tot alle informatie compleet is en daarna pas een open keuze maakt. Het beeld is eerder dit:

  1. De Commissie MER zegt: belangrijke informatie ontbreekt en het rapport moet eerst worden aangevuld.
  2. De provincie zegt: de definitieve keuze volgt later, maar inhoudelijk blijft alleen Kruisweg-Oost over.
  3. De Woo-stukken laten zien: politieke gevoeligheid, communicatie en druk speelden al vroeg mee.
  4. De provincie zegt ook: de fout in het geluidsonderzoek is hersteld en verandert volgens haar de afweging niet.
  5. En de provincie zegt verder: de eerder zwartgelakte adressen zullen bij de volgende besluitvorming niet meer worden weggelakt.

Op basis van alle stukken en de ontvangen reactie van de provincie menen wij verantwoord te kunnen zeggen dat er sterke aanwijzingen zijn dat de provincie Zuid-Holland inhoudelijk te hard blijft vasthouden aan windmolens op Kruisweg-Oost.

Het belangrijkste punt is dit: de Commissie mer zegt dat het rapport eerst moet worden aangevuld, terwijl de provincie inhoudelijk al op dezelfde plek blijft uitkomen en andere locaties al uit het beleid wil halen.

De reactie van de provincie maakt dat beeld niet ongedaan. Integendeel: de provincie onderstreept zelf dat zij nog steeds achter de ontwerpkeuze voor Kruisweg-Oost staat, dat zij verwacht dat de aanvullingen waarschijnlijk niet tot wezenlijk andere uitkomsten leiden, en dat andere locaties uit het beleid worden geschrapt omdat daar geen verdere ontwikkeling meer wordt nagestreefd.

Wat we niet kunnen zeggen, is dat de provincie daarmee over de schreef gaat of dat het hele planMER waardeloos is. Daar is dit dossier te complex voor en daar zijn de formele besluiten nog niet ver genoeg voor. Maar de stukken zijn wel zwaar genoeg om de vraag hardop te stellen of de provincie vooral bezig is de onderbouwing verder passend te maken bij een uitkomst die bestuurlijk al grotendeels was gewenst.

Bronnen in dit artikel

De belangrijkste bron is het toetsingsadvies van de Commissie mer van 26 februari 2026. Daarin staan de passages over ontbrekende milieu-informatie, de fout in het geluidsonderzoek en het advies om eerst aan te vullen en daarna pas te beslissen.

Verder gebruikte RTV Lansingerland de beantwoording van Bosch & van Rijn aan de redactie, waarin staat dat het planMER geen weging bevat en dat de uiteindelijke voorkeursbeslissing een politiek besluit is.

Daarnaast is gebruikgemaakt van Woo-stukken, waaronder de aanbestedingsuitvraag en het verslag van de klankbordgroep.

Tot slot zijn schriftelijke reacties en uitleg van Stéphane Ganeff gebruikt als gepositioneerde bron van kritiek.