Advocatenbrief voedt zorgen over HMC-gebieden: houden raad en college nog wel grip?

Een advocatenbrief over een bedrijf op het bedrijventerrein Bosland in Bergschenhoek geeft nieuwe lading aan de discussie over de HMC transformatiegebieden Warmoeziersweg, Molenweg en Chrysantenweg. Volgens actiecomité Kernteam Beterlansingerland.nl bevestigt de brief waar bewoners al langer voor waarschuwen: dat de instemming van de raad met de Omgevingsvisie 2.0 op 4 november 2025 later juridische ruimte kan geven voor verzet tegen de raad als deze bepaalde milieubelastende bedrijven nog wil weren. Het is niet zo dat er nu direct een ongewenst bedrijf met een hogere milieucategorie naast woningen komt, maar wel een serieuze test van de vraag hoeveel controle de raad in de praktijk heeft.

De brief gaat niet over een bedrijf op de Warmoeziersweg zelf, maar over een bedrijf aan de andere kant van de N209 in het Bosland-gebied. De advocaat verzet zich daar tegen het terugbrengen van een bestaande bedrijfsbestemming naar een situatie waarin op die percelen alleen glastuinbouwactiviteiten mogelijk zouden zijn. Daarbij beroept hij zich op oude afspraken met de gemeente, op bestaande rechten en op ongelijke behandeling ten opzichte van andere bedrijven in het gebied. Juist daarom is de verwijzing naar de Omgevingsvisie 2.0 en het Bestuursakkoord Bleizo relevant: volgens de advocaat laat de gemeente op de ene plek meer ruimte voor bedrijvigheid zien, terwijl zij die op een andere plek juist inperkt.

Die brief van het advocatenkantoor op zichzelf bewijst nog niet dat de gemeente juridisch bakzeil haalt. Ook bewijst hij niet dat er morgen een overlastgevend bedrijf tegen de wil van de raad naast woningen verschijnt. Maar hij laat wel zien dat de ruimtelijke koers van de gemeente zoals vastgelegd in de omgevingsvisie 2.0 nu al getoetst wordt door juristen. En dat is precies de kern waar bewoners zich ongerust over maken rond de transformatiegebieden.

Wat er op 4 november 2025 in de raad speelde
De raadsvergadering van 4 november 2025 ging voor veel betrokkenen niet alleen over een abstract visiedocument over de ruimtelijke toekomst van Lansingerland. Rond de transformatiegebieden, vooral bij de Warmoeziersweg, spraken ook meerdere insprekers hun zorgen uit. Volgens betrokkenen waren dat onder meer bewoners, een arts en een jongvolwassene met een longaandoening die in de buurt van het terrein woont.

Hun waarschuwing was duidelijk: als in deze gebieden bedrijven in milieucategorie 4.1 of 4.2 mogelijk worden, kan dat volgens hen leiden tot meer stank, geluid, verkeersdruk en luchtverontreiniging, met gevolgen voor gezondheid en leefbaarheid van omliggende woonwijken.

Het leidde tot een beladen debat met aan de ene kant voorstanders van een Omgevingsvisie 2.0 die vooral door wilde pakken en geen verdere vertraging wilden, maar waarin voor onder meer de Warmoeziersweg ruimte bleef bestaan voor bedrijvigheid met een hogere milieubelasting. Aan de andere kant stonden tegenstanders en insprekers die zeiden dat zulke keuzes niet los te zien zijn van de druk die nu al op de leefomgeving ligt.

Waarom de raad toch instemde
De meerderheid van de partijen stemden ondanks de waarschuwingen toch vóór de Omgevingsvisie 2.0 omdat zij de visie zagen als een veel breder document dan alleen de drie transitiegebieden, maar over de ruimtelijke toekomst van heel Lansingerland op veel meer vlakken. Als het hele document opnieuw ter discussie zou komen, zou dat volgens hen ook andere onderdelen van de Omgevingsvisie 2.0 vertragen.

Daarnaast was er ook een deel van de raad dat het in beginsel eens was met bedrijventerreinen op deze plekken, omdat de gemeente ook ruimte voor bedrijven moet houden. De voorstemmers probeerden daarom niet de hele visie te blokkeren, maar wilden via moties en amendementen voldoende voorwaarden en politieke controle inbouwen om later nog te kunnen sturen op het soort bedrijven dat daar uiteindelijk wel of niet aanvaardbaar is.

Daarbij werd benadrukt dat de gemeente in deze gebieden wilde inzetten op bedrijvigheid die past bij horti science, duurzame bedrijvigheid en circulaire economie, en niet op zomaar iedere vorm van al dan niet hinderlijke of milieubelastende industrie. Voor de voorstemmers was dat de kern van hun afweging: doorgaan met de visie, maar met veiligheidsnetten waarmee de raad later nog kan ingrijpen.

Welke veiligheidsnetten bouwde de raad in?
Die veiligheidsnetten bestonden uit meerdere moties en amendementen. Zo werd in het amendement Zorgvuldig besluiten over industrie vastgelegd dat gezondheid en veiligheid zwaar moeten meewegen, dat de zwaarste industrie van categorie 5 en 6 wordt uitgesloten en dat de VNG-handreiking voor milieuzonering leidend moet zijn. Ook kwam er een amendement voor een groene buffer aan de Warmoeziersweg tussen bedrijven en woningen.

Daarnaast wilde de raad via bindend adviesrecht meer grip houden op nieuwe ontwikkelingen in de transformatiegebieden. Dat hangt direct samen met de vraag waar bewoners nu voor vrezen. De raad zei op 4 november in feite: we stemmen nu wel in met de Omgevingsvisie 2.0, maar we bouwen tegelijk een veiligheidsnet in voor later. Als er dan straks een concreet bedrijf komt dat niet goed past, moet de raad alsnog kunnen ingrijpen.

Wat is een BOPA en waarom is dat belangrijk in deze context?
Dat veiligheidsnet werkt vooral bij een zogeheten BOPA. Dat is een vergunning voor een concreet plan dat niet past binnen het omgevingsplan. De afkorting staat voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De gemeenteraad kan vooraf bepalen dat bij zulke afwijkende plannen eerst een bindend advies van de raad nodig is. Het college moet zich daar dan aan houden.

Juist daarom is dit hier zo belangrijk. De voorstemmers van de Omgevingsvisie 2.0 zeiden: we geven met die visie wel een richting aan, maar als later een concreet bedrijf komt dat niet binnen de regels past, dan kan de raad via zo’n BOPA-procedure nog aan de noodrem trekken. De vraag die nu concreet door de Bosland-brief op tafel komt, is of dat veiligheidsnet in de praktijk ook sterk genoeg is.

Maar dat is geen waterdichte garantie
Daar zit volgens bewoners ook precies het risico. Een omgevingsvisie is vooral een richtinggevend document voor de gemeente zelf. Een bedrijf kan dus niet simpelweg zeggen: het staat in de omgevingsvisie, dus ik mag hier komen. Daarvoor zijn uiteindelijk nog altijd concrete regels in het omgevingsplan en vaak ook vergunningen nodig.

De zorg zit een stap later. De raad dacht: als later een ongewenst bedrijf opduikt, kunnen we dat via een BOPA-procedure nog tegenhouden. Alleen werkt dat niet in alle gevallen zo. Een ontwikkeling die niet past binnen het omgevingsplan kan namelijk niet alleen via een BOPA worden toegelaten, maar ook via een wijziging van het omgevingsplan. Als een bedrijf later via zo’n planwijziging alsnog passend wordt gemaakt, werkt dat politieke veiligheidsnet dus een stuk minder.

Volgens bewoners zit daar voor bedrijven een mogelijk geitenpaadje. Als de gemeente in één zaak toch extra ruimte geeft aan een bedrijf, of juridisch niet goed uitlegt waarom iets wel of niet mag, dan kunnen andere bedrijven later zeggen: waarom geldt dat niet ook voor ons? Zo ontstaat niet automatisch een precedent waarmee alles ineens mag, maar wel een sterker argument in vergelijkbare zaken. Dat maakt het voor de gemeente moeilijker om in een volgende procedure ineens een andere lijn te kiezen.

Dat betekent niet dat de raad nu al buitenspel staat. Maar het betekent wel dat een latere afwijzing van een bedrijf in categorie 4.1 of 4.2 juridisch goed moet worden onderbouwd, bijvoorbeeld met gezondheid, milieuzonering, verkeersdruk of andere objectieve criteria. Anders ontstaat ruimte voor procedures over willekeur of ongelijke behandeling. De Bosland brief laat zien dat dat precies het soort argumenten zijn waarmee juristen gemeentebeleid onderuit kunnen halen.

Wat zeggen de actiecomités en bezorgde bewoners
Kernteam Beterlansingerland.nl en huisarts Arja Huijsman zien in de Bosland-brief allebei een bevestiging van de zorgen die eerder al in de raad en daarbuiten zijn geuit. Hun invalshoek verschilt, maar de kern is dezelfde: als de gemeente in beleid ruimte geeft voor bedrijvigheid met een hogere milieubelasting, dan wordt later pas zichtbaar hoeveel ruimte bedrijven en hun advocaten daarin zelf zien.

Volgens het kernteam laat de brief zien dat bestuur en politiek nu moeten bewijzen dat zij nog voldoende grip hebben om woongebieden te beschermen tegen de komst van HMC-bedrijven. Huijsman legt de nadruk vooral op gezondheid en leefomgeving. Zij stelt dat gemeente, college en raad zichzelf in een moeilijke positie hebben gebracht door bestuurlijke keuzes te maken zonder volgens haar voldoende onderzoek naar gezondheid, natuur en milieu, en dat de waarborgen uit de raadsvergadering van 4 november 2025 in de praktijk mogelijk onvoldoende sterk blijken.

Beiden plaatsen de brief ook in een politieke context. Waar het kernteam spreekt over een eerste concreet signaal dat de juridische strijd waar bewoners bang voor waren nu echt begonnen is, noemt Huijsman met name Leefbaar 3B als partij die vóór de Omgevingsvisie 2.0 stemde en zich later in haar verkiezingsprogramma nadrukkelijk profileerde met uitspraken over een veilige en gezonde leefomgeving en het weren van overlastgevende industrie bij woonwijken. In bredere zin zegt zij dat ook andere voorstemmers nu zullen moeten laten zien dat die belofte meer is dan alleen een verkiezingsbelofte en een papieren garantie.

De werkelijke spanning zit nu niet alleen in wat de raad op 4 november 2025 heeft bedoeld, maar vooral in de vraag of die raad en het college in de uitvoering zo meteen nog voldoende grip hebben om ongewenste overlastgevende bedrijvigheid met een hoge milieubelasting daadwerkelijk tegen te kunnen houden.

Waarom dit nu vooral voor de voorstemmers spannend wordt
De druk ligt daarmee nu vooral bij de partijen die vóór de Omgevingsvisie 2.0 stemden, genoegen namen met moties en amendementen als veiligheidsnet, en zich tegelijk in hun verkiezingsprogramma’s profileerden met veilige, gezonde en leefbare woonwijken.

Voor hen wordt dit dossier nu een praktijktoets. Kunnen zij inderdaad voorkomen dat ongewenste en overlastgevende bedrijvigheid te dicht bij woonwijken voet aan de grond krijgt? Of krijgen bewoners alsnog gelijk dat de ingebouwde waarborgen minder hard zijn dan voorgesteld.

Die vraag is extra relevant voor Leefbaar 3B. De partij stemde vóór de Omgevingsvisie 2.0, werd bij de verkiezingen de grootste en zal in vrijwel elke serieuze coalitieonderhandeling een centrale rol spelen. Leefbaar 3B zal komende bestuursperiode moeten gaan laten zien hoe zij die lijn in dit dossier wil vasthouden. Dat geldt in bredere zin ook voor andere voorstemmers, maar voor de grootste partij zal de spanning het meest zichtbaar zijn.

Speelt dit mee in de coalitieonderhandelingen?
Dat valt nog niet met zekerheid te zeggen, maar het ligt wel voor de hand dat dit dossier gevoeliger wordt in de nieuwe politieke verhoudingen.

Juist omdat het CDA tegen de Omgevingsvisie 2.0 was en tegelijkertijd als tweede partij uit de verkiezingen kwam, maakt dat dit onderwerp politiek interessant. Leefbaar 3B en CDA liggen op papier voor de hand als gesprekspartners in een nieuwe coalitie. Daarmee kan dit dossier ook in de onderhandelingen relevant worden: hoeveel ruimte geef je aan bedrijvigheid in de transformatiegebieden, en hoeveel zekerheid bied je bewoners die al langer waarschuwen voor de gevolgen?

Of deze kwestie een breekpunt kan worden in de coalitieonderhandelingen, is nu nog niet te zeggen. Maar juist doordat een mogelijke logische coalitiepartner hier eerder anders in stond, ligt het voor de hand dat het dossier rond de transformatiegebieden eerder gevoeliger dan kleiner wordt, nu er ook daadwerkelijk een juridische brief op tafel ligt die laat zien dat de strijd over welk soort bedrijven hier wel en niet moet kunnen, niet alleen politiek maar ook juridisch wordt uitgevochten.

Opmerkelijke timing
De timing van de advocatenbrief roept ook vragen op. Uit de stukken blijkt dat er op 5 maart 2026 al een bespreking over de kwestie was, terwijl de brief pas op donderdag 19 maart aan de griffie is verzonden, dus één dag na de gemeenteraadsverkiezingen. Of die timing bewust zo is gekozen of toeval is, valt op basis van de stukken niet vast te stellen. Feit is wel dat deze juridische ontwikkeling daardoor buiten de verkiezingscampagne bleef.

Dat is politiek relevant, omdat het dossier rond de HMC-transformatiegebieden juist een gevoelig onderwerp was in de aanloop naar de verkiezingen. Als de brief vóór 18 maart bekend was geworden, had dat aanleiding kunnen zijn voor extra berichtgeving en politieke reacties. Of dat ook daadwerkelijk invloed zou hebben gehad op de verkiezingsuitslag, is niet vast te stellen. Wel is duidelijk dat kiezers zich hierover dan nog tijdens de campagne een oordeel hadden kunnen vormen.