“Met zes beëdigde BOA’s kun je niet overal tegelijk zijn”

In Lansingerland klinkt steeds vaker de vraag: waar zijn de BOA’s? Maar wie kijkt naar de cijfers en het takenpakket, ziet een andere realiteit. Met zes beëdigde BOA’s voor drie dorpskernen, tientallen scholen, bedrijventerreinen en wijken is permanente zichtbaarheid simpelweg onmogelijk. “Ik snap de vraag.” zegt Robert, teammanager Veiligheid van de gemeente Lansingerland. “Maar met de capaciteit die we hebben, kun je niet overal tegelijk zijn.”

Het is een zin die bijna achteloos wordt uitgesproken, maar zelden neutraal klinkt. Je hoort hem op het terras in Berkel. In de winkelstraat van Bergschenhoek. Onder berichten op sociale media over fietsers in het centrum of fatbikes die te hard gaan. “Waar zijn de BOA’s?”

Ook Robert hoort die vraag vaker. “Mensen willen veiligheid zien.” zegt hij. “Zichtbaarheid geeft een gevoel van controle. Dat begrijp ik heel goed.” Maar tegelijk wijst hij op de grenzen van de huidige bezetting. “Op dit moment hebben we maar zes beëdigde BOA’s die de bevoegdheid hebben om te mogen bekeuren. In totaal werken er op dit moment negen mensen in het team, maar niet iedereen is al beëdigd. Je moet als BOA voor de gemeente zijn aangewezen om een proces-verbaal te mogen opmaken. Dat traject via politie en ministerie duurt maanden.”

Elf formatieplaatsen – maar minder capaciteit in de praktijk
Formeel heeft de gemeenteraad budget vrijgemaakt voor een formatie van elf BOA’s voor Lansingerland. Dat is ook het aantal formatieplaatsen dat structureel is begroot en waar de gemeente op papier vanuit gaat bij de organisatie van de handhaving.

De werkelijkheid op dit moment is echter iets weerbarstiger. Momenteel werken er negen handhavers binnen het team, waarvan er zes beëdigd zijn en als BOA strafrechtelijk mogen handhaven, en dus daadwerkelijk bekeuren. Voor drie medewerkers is een aanvraag gedaan voor een BOA-aanwijzing. Zij mogen nog geen proces-verbaal opmaken.

“Op papier heb je elf plekken.” zegt Robert. “Maar in de praktijk moet je het doen met wat er daadwerkelijk inzetbaar is. En als iemand nog niet beëdigd is, kun je die wel als toezichthouder laten werken maar kan die nog niet strafrechtelijk handhaven dus nog niet bekeuren.”

Dat betekent dat de taakdruk feitelijk zwaarder is dan wanneer alle elf formatieplaatsen volledig en beëdigd bezet zouden zijn. In dit artikel gaan we daarom uit van de negen handhavers die op dit moment daadwerkelijk inzetbaar zijn in Lansingerland — het aantal waar in de dagelijkse praktijk ook mee gewerkt wordt als het gaat om zichtbare handhaving en waar ook in de gemeenteraad vaak vanuit wordt gegaan wanneer gesproken wordt over de inzet van BOA’s bij overlast en handhaving.

Daarbij moet worden meegenomen dat BOA’s in principe altijd in koppels werken en dus niet alleen de straat op gaan.

Die werkwijze heeft directe gevolgen voor de zichtbaarheid. Met negen handhavers kom je, rekening houdend met roosters, vrije dagen en wettelijke rusttijden, gemiddeld uit op één tot twee koppels tegelijk actief in de hele gemeente. “Er zijn momenten dat er maar één duo alle meldingen en controles moet doen,” zegt hij. “Dat is gewoon de realiteit, zeker nu we feitelijk maar zes beëdigde BOA’s hebben.”

Wie dan in Berkel woont terwijl het actieve koppel in Bleiswijk een melding afhandelt, ziet dus geen BOA. Wie in een rustige wijk woont terwijl de inzet in het winkelcentrum ligt, ziet geen uniform. Dat voelt wellicht als afwezigheid.. “Maar niet zien is niet hetzelfde als niets doen.” benadrukt Robert.

Wat inwoners niet altijd zien
Het werk van BOA’s speelt zich lang niet altijd alleen af op de plekken waar de meeste ogen zijn. “We beginnen bijvoorbeeld ’s ochtends bij scholen.” vertelt Robert. “Parkeeroverlast, verkeersveiligheid. Daarna volgen meldingen: afval, overlast, gevaarlijke situaties, controles op bedrijventerreinen, huisbezoeken.”. Daarnaast spelen BOA’s een rol bij de aanpak van ondermijning. “Denk aan signalen van illegale bewoning, misbruik van adressen of verdachte bedrijfsactiviteiten. Dat werk zie je niet vanaf een terras, maar het is wel belangrijk voor de veiligheid in de gemeente.”

Wat volgens hem ook vaak wordt onderschat, is de directe inzet bij acute situaties. BOA’s ondersteunen regelmatig de politie bij incidenten. “Als er een ongeval gebeurt en de politie moet door, dan kunnen wij het verkeer regelen en omleiden,” zegt Robert. “Dat doen we ook altijd in duo’s, juist vanwege de veiligheid.”. En als de politie ergens een gevaarlijke situatie signaleert waarvoor handhaving nodig is, moet een BOA daar direct naartoe. “Een actuele melding of noodoproep betekent dat je alles laat vallen,” legt hij uit. “Wat je op dat moment aan het doen bent — controles, geplande acties — schuift dan door.”

Dat heeft gevolgen voor andere meldingen. “Bewonersmeldingen die gepland stonden, moeten dan later worden opgepakt. Dat is soms frustrerend voor inwoners, maar veiligheid en acute situaties gaan altijd voor.”

Ook het beeld dat BOA’s veel binnen zouden zitten, nuanceert hij. “Ons streven is ongeveer 90 procent buitendienst en 10 procent administratie. Maar die 10 procent is geen koffietijd.”. Elke bekeuring en elke controle moet juridisch correct worden vastgelegd. “Wij werken onder ambtseed,” zegt Robert. “Als iemand bezwaar maakt, moet het dossier kloppen. Als dat niet zo is, wordt een sanctie vernietigd. Dat administratieve werk hoort er dus bij.”

De rekensom achter 24 uur zichtbaarheid
In de gemeenteraad werd onlangs gesproken over een 24-uurs fietsverbod in winkelgebieden. Daarbij kwam ook de vraag op of zo’n maatregel in de praktijk wel handhaafbaar is. Wie verwacht dat er dan ook voortdurend handhavers zichtbaar aanwezig zijn, komt al snel uit bij een forse rekensom. Permanente zichtbaarheid op meerdere plekken tegelijk vraagt namelijk om meerdere ploegen, veel meer ploegen. Handhavers werken in koppels, hebben vrije dagen, volgen trainingen en moeten zich houden aan wettelijke rusttijden. Daarnaast vallen er in de praktijk ook diensten uit door ziekte of verlof.

Als je al die factoren meerekent, betekent één koppel dat permanent op één locatie aanwezig is al meerdere voltijdsfuncties. Wanneer je dat zou doortrekken naar permanente zichtbaarheid in drie dorpskernen tegelijk, kom je al snel uit op een organisatie die vele malen groter is dan het huidige team.

Daar komt bij dat uitbreiding van handhaving ook structurele kosten met zich meebrengt. Niet alleen salarissen, maar ook opleiding, uniformen, voertuigen, communicatiemiddelen en organisatorische ondersteuning.

Op basis van openbare salarisschalen, werkgeverslasten en gebruikelijke materiële kosten maakte we zelf op de redactie een globale inschatting: één fulltime BOA kost inclusief werkgeverslasten en middelen naar verwachting grofweg tussen de 60.000 en 80.000 euro per jaar.

Dat bedrag betreft nadrukkelijk niet alleen het salaris. Het gaat om totale loonkosten (inclusief pensioen en sociale lasten), opleiding en hercertificering, uniformen en beschermingsmiddelen, communicatiemiddelen, voertuiggebruik en de organisatorische ondersteuning die nodig is om handhaving mogelijk te maken.

Als je die rekensom hypothetisch doortrekt naar een scenario waarin permanent meerdere koppels zichtbaar aanwezig zijn in verschillende dorpskernen, lopen de structurele kosten al snel op tot enkele miljoenen euro’s per jaar.

Dit is geen officieel gemeentelijk cijfer, maar een journalistieke doorrekening van de redactie om de orde van grootte inzichtelijk te maken wanneer er vaker op meerdere plekken tegelijk zichtbaar handhaving aanwezig zou moeten zijn.

En dat kost geld. Geld dat ergens vandaan moet komen. In een gemeente waar wordt gesproken over bezuinigingen of mogelijke lastenverhogingen voor inwoners, is dus uiteindelijk de politieke keuze: Hoeveel handhaving willen we? En hoeveel zijn we als samenleving bereid daarvoor te betalen?

Geen ‘nep politie’
Het beeld dat BOA’s ‘nep politie’ zouden zijn, komt volgens Robert nog regelmatig voorbij. “Dat hoor je wel eens.” zegt hij. “Maar dat klopt niet. BOA’s zijn beëdigde opsporingsambtenaren. Hun bevoegdheden zijn wettelijk vastgelegd en ze vallen voor hun strafrechtelijke bevoegdheden onder direct toezicht van de politie.”

Ze moeten een erkende opleiding volgen en jaarlijks verplicht hun bevoegdheden onderhouden. “Zonder geldige akte mag je niet handhaven.” zegt hij. “Het is een ander vak dan politie, met een andere focus. Maar het is wel degelijk professioneel werk.”. Het werk vraagt kennis van wetgeving, communicatieve vaardigheden en weerbaarheid. “Je moet stevig in je schoenen staan.”

Het spanningsveld op straat
Onder berichten op sociale media over handhaving klinkt vaak: “En nu handhaven!”. Robert ziet dat spanningsveld dagelijks terug. “Mensen willen dat we optreden tegen overlast. Tegen te hard fietsen, tegen afval, tegen fout parkeren. Dat begrijp ik. Dat is ook onze taak.”. Maar, zegt hij, zodra handhaving persoonlijk wordt, verandert de toon. “Op het moment dat iemand zelf wordt aangesproken, voelt het anders. Dan is het ineens minder logisch.”

“Ik snap dat niemand blij is met een boete.” vervolgt hij. “Maar wij voeren uit wat politiek en samenleving van ons vragen. De regels zijn niet door BOA’s bedacht. Wij handhaven wat is vastgesteld.”. Wat hem soms verbaast, is dat ook ondernemers of winkeliers verrast of geïrriteerd reageren wanneer zij worden aangesproken. “Als wij surveilleren, letten we op alles.” zegt Robert. “Niet alleen op fietsoverlast of zwerfvuil. We kijken ook of regels en plaatselijke verordeningen worden nageleefd. Dat geldt voor inwoners, maar net zo goed voor ondernemers.”

Handhaving is volgens hem geen selectieve taak. “Je kunt niet zeggen: handhaaf daar wél, maar hier niet. Als we zichtbaar aanwezig zijn, dan hoort daar bij dat we breed kijken.”. Volgens Robert zou het helpen als mensen proberen te begrijpen waar een optreden vandaan komt. “Als iemand het niet eens is met een boete, dan zijn daar procedures voor. Ga het gesprek aan. Stel vragen. Maar wel met wederzijds respect.”

“Wat mensen soms vergeten, is dat we ook veel problemen oplossen.” zegt Robert. “Als we ergens bemiddelen of een situatie rustig krijgen, dan merk je dat mensen opgelucht zijn. Dat is oprecht werkplezieren en geeft veel voldoening. Daar doen veel collega’s het voor.”

Hij benadrukt dat BOA’s hun werk doen in opdracht van de samenleving. “We doen dit voor de leefbaarheid in de gemeente. Voor inwoners die willen dat het netjes en veilig is. Dat betekent soms optreden tegen overlastgevers. En soms betekent het dat iemand die normaal geen overlast veroorzaakt, per ongeluk een regel overtreedt. Dat kan gebeuren.”. Dat vraagt volgens hem iets van beide kanten. “Onze BOA’s blijven professioneel, ook als iemand boos wordt. Maar wederzijds respect maakt het werk veiliger en effectiever.”

De vraag is misschien niet alleen hoe vaak een BOA zichtbaar is. Maar ook hoe we met elkaar omgaan op het moment dat die handhaving daadwerkelijk optreedt.

Zichtbaarheid BOA’s geen kwestie van onwil, maar van capaciteit
“De vraag is niet alleen waar wij zijn.” zegt Robert aan het einde van het gesprek. “De vraag is ook wat je realistisch mag verwachten van een formatie van elf BOA’s in een groeiende gemeente. We proberen echt daar te zijn waar we nodig zijn, maar dat blijft mensenwerk, je kunt niet overal tegelijk zijn.”

Veiligheid is geen knop die je aan of uit kan zetten of simpelweg kan garanderen. Het is een combinatie van regels, handhaving van die regels, budget, capaciteit en politieke keuzes. Maar we moeten ook terdege beseffen dat het gevoel van veiligheid direct te maken heeft met ons eigen gedrag. Houden we nog wel genoeg rekening met elkaar, staan we open voor handhaving en accepteren we hun autoriteit. En bovenal hoe gaan we met elkaar om, als inwoners onderling en met de BOA’s. Die vraag is wellicht ook aan de inwoner, wat voor soort gemeente wil Lansingerland zijn?

RTV Lansingerland gaat binnenkort een dienst meelopen met een BOA om te laten zien hoe een werkdag er in de praktijk uitziet.

Foto ter illustratie.