Gwenaëlle Boyaval: van Parijs naar de politiek in Lansingerland

Gwenaëlle Boyaval is 37 jaar en woont sinds 2022 in Lansingerland. Ze woont samen met haar partner en is de lijsttrekker van Volt Lansingerland. Haar wieg stond in de quartiers van Parijs maar ze groeide uiteindelijk op in een klein dorp in de Betuwe. Veel mensen kennen haar als iemand die graag over grenzen heen kijkt en samenwerking zoekt – niet alleen lokaal, maar ook zoals dat Volt betaamt binnen Europa. “Sommige problemen kan Nederland gewoon niet alleen oplossen.” zegt ze. “Daarvoor moet je samenwerken.”

In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen spreken we alle lijstrekkers in een nieuw programma: Gespreksstof. In dit één-op-één programma worden de lijsttrekkers van Lansingerland geïnterviewd op de bank in een persoonlijke setting. Dit keer staan niet hun partijprogramma’s of politieke standpunten centraal, maar zijn we nieuwsgieriger naar de mens achter de politicus. 

Hoewel Boyaval nog niet lang in Lansingerland woont, voelde ze zich al snel betrokken bij de gemeente. Binnen Volt was ze al actief en samen met andere leden hielp ze om ook in Lansingerland een team op te bouwen. “We hadden al een team in Rotterdam.” vertelt ze. “Toen ik naar Lansingerland verhuisde dacht ik: hier wonen vast ook Volt-leden. Dan is het mooi als je ook hier iets kunt opbouwen.”

Opgegroeid in een klein dorp
Boyaval werd geboren in Parijs, maar groeide grotendeels op in een klein dorp in de Betuwe met zo’n driehonderd inwoners. Het leven daar was rustig en overzichtelijk. “Het voelde echt als een klein paradijsje.” zegt ze. “Maar ik was ook veel onderweg, omdat vrienden vaak ergens anders woonden. Toch was het altijd fijn om weer thuis te komen.” Die ervaring met het dorpsleven neemt ze ook mee in haar kijk op gemeenten. Volgens haar draait het in een dorp of gemeente vooral om de leefomgeving van mensen.

Zoeken naar de juiste studie
Na de middelbare school vertrok Boyaval naar België om te studeren. In Leuven begon ze aan een studie psychologie, omdat ze kinderpsycholoog wilde worden. Na twee jaar merkte ze dat het toch niet de juiste richting was. “Het was heel theoretisch en stond ver van de praktijk,” vertelt ze. “Dat was best spannend, want je zit al in een ander land en moet opnieuw bedenken wat je wilt.” Via een vriendin kwam ze op het idee om politicologie te gaan studeren in Brussel. Dat bleek een belangrijke keuze. “Toen viel voor mij echt het kwartje,” zegt ze. “Dat was echt de beste keuze van mijn leven.”

Interesse in politiek
Die interesse in politiek begon al vroeg. Thuis werd veel gediscussieerd over maatschappelijke onderwerpen en haar moeder stimuleerde haar om zich te verdiepen in geschiedenis en wereldpolitiek. “Als kind moest ik documentaires kijken over bijvoorbeeld de Tweede Wereldoorlog of de Vietnamoorlog.” zegt ze. “Dat zette me aan het denken over rechtvaardigheid en over hoe landen met elkaar omgaan.” Langzaam groeide haar interesse in politiek en internationale samenwerking. “Op een gegeven moment begon ik overal een mening over te hebben.” zegt ze lachend.

Werk en maatschappelijke betrokkenheid
Na haar studie werkte Boyaval onder meer bij AkzoNobel. Daar leerde ze hoe organisaties werken en hoe ideeën ook daadwerkelijk uitgevoerd moeten worden.
Later maakte ze de overstap naar een maatschappelijke organisatie en werkte ze bij Oxfam Novib, waar ze onder meer als teamleider actief was. “Ik wilde graag werken voor een organisatie die zich inzet voor maatschappelijke verandering.”

Volt en Europese samenwerking
In 2019 kwam Boyaval voor het eerst in aanraking met Volt, een pan-Europese politieke partij. Het idee van samenwerking tussen Europese landen sprak haar meteen aan. “Het eerste wat ik dacht was: dit is voor mij,” vertelt ze. “Een partij die zegt dat we problemen samen moeten oplossen in Europa.”
Volgens Boyaval zijn veel uitdagingen tegenwoordig grensoverschrijdend. “Denk aan klimaat, migratie of economie. Dat zijn onderwerpen die je niet alleen nationaal kunt aanpakken.”

Politiek dichtbij huis
Tegelijkertijd vindt ze juist de gemeentepolitiek interessant, omdat die zo dichtbij inwoners staat. “De keuzes die je in de gemeente maakt, zie je direct terug in de omgeving,” zegt ze. “Dat maakt het ook heel concreet.” Een voorbeeld dat ze noemt is het zogenoemde 3-30-300-principe voor een groene leefomgeving. Het idee is dat iedereen vanuit huis minstens drie bomen kan zien, dat dertig procent van de straat uit boomkronen bestaat en dat er binnen driehonderd meter een park of groen gebied is. “Dat soort ideeën laat zien dat grote thema’s uiteindelijk ook heel lokaal worden,” zegt Boyaval. “Je kunt praten over de wereld, maar verandering begint uiteindelijk gewoon in je eigen straat.”