Lansingerland werkt samen met vijf andere gemeenten aan een betere ondersteuning voor inwoners met beperkte basisvaardigheden. De plannen hiervoor zijn vastgelegd in het Regioplan Aanpak Laaggeletterdheid en Basisvaardigheden voor de komende vier jaar. Namens de gemeente ondertekende wethouder Leon Hoek een vernieuwde samenwerkingsovereenkomst.
In Nederland hebben ruim drie miljoen volwassenen moeite met basisvaardigheden zoals lezen, schrijven, rekenen en het gebruik van een computer. Dat kan grote gevolgen hebben in het dagelijks leven. Zo kan het moeilijk zijn om werk te vinden of te behouden, formulieren in te vullen, toeslagen aan te vragen of bijsluiters van medicijnen te begrijpen.
Doorlopende ondersteuning
De gemeenten Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Pijnacker-Nootdorp, Voorschoten, Wassenaar en Zoetermeer willen een duidelijke en doorlopende leerlijn aanbieden.
De zogeheten Taalhuizen, onderdeel van de bibliotheken, vormen daarbij het startpunt. Inwoners kunnen daar op een laagdrempelige manier beginnen met ondersteuning, bijvoorbeeld via een taalmaatje of computerlessen. Daarna kunnen zij doorstromen naar vervolglessen bij regionale partners.
Ook aandacht voor kinderen
De gemeenten kijken ook naar de vindbaarheid en bereikbaarheid van het aanbod. Voor sommige inwoners vormt het openbaar vervoer namelijk een drempel om ondersteuning te krijgen.
Daarnaast is er aandacht voor kinderen uit gezinnen waar beperkte taalvaardigheid een rol speelt. Kinderen van ouders die de Nederlandse taal onvoldoende beheersen, lopen zelf vaak ook een taalachterstand op. De gemeenten onderzoeken daarom ook welke ondersteuning mogelijk is voor jongeren die met onvoldoende taalvaardigheid van school komen.








