Rechter: huurwoning in Lansingerland moet worden ontruimd na ernstige overlast

De kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam heeft bepaald dat een huurwoning van 3B Wonen in Lansingerland moet worden ontruimd. De huurovereenkomst is ontbonden vanwege aanhoudende overlast en na ernstige bedreigingen van medewerkers van de woningcorporatie.

De huurder woont al sinds 1997 in de woning. Zijn zoon en schoondochter verbleven met zijn toestemming in huis. Volgens de rechtbank ging het in februari 2025 volledig mis tijdens een huisbezoek van 3B Wonen.

In het vonnis staat dat de zoon een medewerker uitmaakte voor “vuile kankerhoer” en vroeg of hij haar “even de kanker in moest slaan”. Van het incident is aangifte gedaan. Daarnaast waren er volgens de corporatie al langer klachten uit de buurt over vervuiling van de tuin en overlast.

Ouder heeft te laat ingegrepen
De huurder erkende tijdens de zitting dat zijn zoon voor problemen zorgde. Hij stelde dat hij niet opgewassen was tegen diens gedrag, maar wel stappen had gezet. Zo startte hij een kort geding om zijn zoon uit huis te krijgen. Die procedure won hij, en een ontruiming stond gepland.

Toch oordeelt de kantonrechter nu dat dit onvoldoende en te laat was. Op het moment van de zitting was de woning nog niet ontruimd. Volgens de rechter had de huurder, zeker na het incident in februari al sneller en effectiever moeten handelen om de overlast te stoppen.

Overlast door inwonende gezinsleden kan juridisch aan de huurder worden toegerekend. De rechter noemt het onzeker of de situatie structureel zou verbeteren en weegt dat zwaar mee.

Breder debat over overlast
De uitspraak komt op een moment dat overlast en veiligheidsgevoel in Lansingerland breder onderwerp van gesprek zijn. Bewoners gaven eerder bij RTV Lansingerland aan zich onveilig te voelen en vonden dat instanties onvoldoende zouden ingrijpen bij terugkerende overlast.

In deze zaak heeft Stichting 3B Wonen gekozen voor een vergaande juridische stap: ontbinding van de huurovereenkomst. De rechter oordeelt dat die maatregel in dit geval gerechtvaardigd is. Daarmee laat deze uitspraak zien dat de corporatie bij ernstige en aanhoudende overlast de gang naar de rechter kan maken — en dat zo’n ingreep juridisch stand kan houden.

Tegelijkertijd blijkt uit de uitspraak ook hoe ingewikkeld dit soort situaties zijn. De huurder had zelf al geprobeerd via een kort geding zijn zoon uit huis te zetten, maar de uitvoering daarvan liet op zich wachten. Overlastzaken ontwikkelen zich vaak over langere tijd en vragen om juridische, sociale en soms ook zorgmatige interventies. Een ontbinding van een huurcontract is mogelijk, maar vergt een zorgvuldig dossier en een rechterlijke toetsing.

De uitspraak onderstreept daarmee twee kanten van de problematiek: ingrijpen is mogelijk, maar het traject ernaartoe is juridisch complex en zelden eenvoudig.

Ontruiming
De woning moet binnen twee weken na betekening van het vonnis worden ontruimd. Tijdens de procedure overleed de huurder. Omdat een huurovereenkomst niet automatisch eindigt bij overlijden, heeft de rechter toch uitspraak gedaan.