De provincie Zuid-Holland grijpt voorlopig nog niet direct in bij de huisvesting van statushouders in Lansingerland. In plaats van de zwaarste maatregel toe te passen, krijgt de gemeente uitstel tot 1 juli 2026. Maar dat uitstel is nadrukkelijk tijdelijk. De provincie maakt duidelijk dat het tempo omhoog moet — en dat anders alsnog wordt ingegrepen .
Om te begrijpen wat dit betekent, is het belangrijk te weten hoe deze procedure werkt.
Wat is de taak van de gemeente?
Gemeenten zijn wettelijk verplicht om statushouders te huisvesten. Dat zijn mensen met een verblijfsvergunning die vanuit een asielzoekerscentrum doorstromen naar een gemeente om daar hun leven op te bouwen.
Twee keer per jaar krijgt elke gemeente een zogenoemde taakstelling: een vastgesteld aantal mensen dat binnen een bepaalde periode moet worden gehuisvest. Lukt dat niet, dan ontstaat een achterstand.
In Lansingerland loopt die achterstand al sinds 2023 op. Op 1 januari 2026 hadden in totaal 194 vergunninghouders gehuisvest moeten zijn. In werkelijkheid hebben maar 92 daadwerkelijk een onderkomen gekregen. Dat verschil stapelt zich op en vergroot de druk op zowel de opvanglocaties als op de gemeente zelf.
Hoe houdt de provincie toezicht?
De provincie controleert of gemeenten hun wettelijke taak uitvoeren. Dat gebeurt via een zogenoemde interventieladder. Dat is een stappenplan waarbij eerst gesprekken en waarschuwingen volgen, en pas later zwaardere maatregelen.
Lansingerland staat op dit moment op trede 4. Dat betekent dat de provincie al officieel heeft aangekondigd dat zij de taak kan overnemen als de situatie niet verbetert. Normaal gesproken zou de gemeente per 1 januari 2026 doorschuiven naar trede 5: de fase waarin daadwerkelijk wordt ingegrepen .
Dat gebeurt nu nog niet. De provincie past “bestuurlijke coulance” toe en geeft uitstel tot 1 juli 2026 .
Waarom krijgt de gemeente uitstel?
De provincie erkent dat de opgave voor Lansingerland ingewikkeld is en dat er inspanningen zijn geleverd. Maar tegelijkertijd stelt zij vast dat het huidige huisvestingsplan onvoldoende zekerheid biedt dat er in de toekomst versnelling komt. Sommige maatregelen zijn afhankelijk van locaties waar nog geen politiek besluit over is genomen. Ook vindt de provincie dat het tempo te laag ligt, omdat de gemeente in haar plan uitgaat van het volledig inlopen van de achterstand pas in 2027.
Daarom moet Lansingerland vóór 1 juni 2026 met een aangescherpt plan komen dat sneller en concreter is.
Wat kan dat betekenen voor woningzoekenden?
Een opvallend punt in de brief is dat de provincie nadrukkelijk wijst op het tijdelijk volledig inzetten van het verdeel- en toewijzingssysteem van sociale huurwoningen.
In gewone taal betekent dat het volgende. Wanneer er een sociale huurwoning vrijkomt, wordt die normaal verdeeld over verschillende groepen: reguliere woningzoekenden, mensen met urgentie en statushouders. Als de gemeente echt wil versnellen, kan zij ervoor kiezen om tijdelijk vrijwel alle vrijkomende sociale huurwoningen alleen maar toe te wijzen aan statushouders om de achterstand sneller weg te werken.
Dat zou de cijfers sneller verbeteren. Maar het betekent ook dat andere woningzoekenden langer moeten wachten. Juist omdat sociale huurwoningen schaars zijn, is dit een gevoelige maatregel. Elke woning die aan de ene groep wordt toegewezen, is niet beschikbaar voor een andere groep.
De provincie zegt niet dat dit verplicht moet gebeuren, maar maakt wel duidelijk dat dit een serieuze optie is als versnelling nodig blijkt.
Wat gebeurt er als het niet lukt?
Als het aangescherpte plan onvoldoende is of de versnelling uitblijft, kan de provincie alsnog besluiten tot indeplaatsstelling. Dat betekent dat de provincie de uitvoering van de huisvesting tijdelijk overneemt en zelf maatregelen neemt om de wettelijke taak te realiseren .
Wat kan de provincie dan doen?
De provincie kan bijvoorbeeld bepalen dat een groter deel — of zelfs vrijwel alle — vrijkomende sociale huurwoningen tijdelijk aan statushouders wordt toegewezen om de achterstand sneller weg te werken. Dat verkleint de wachttijd voor statushouders, maar vergroot die voor andere woningzoekenden.
Daarnaast kan de provincie verregaande maatregelen nemen. Bij indeplaatsstelling mag zij op kosten van de gemeente zelf stappen zetten om de taakstelling te halen. Dat kan betekenen dat de provincie woningen aankoopt of tijdelijke woonlocaties regelt en vervolgens bepaalt waar en hoe statushouders in Lansingerland worden gehuisvest.
In dat scenario verschuift de regie over de spreiding en inpassing van statushouders tijdelijk van het gemeentebestuur naar de provincie. Lokale politieke afwegingen over tempo, locaties en draagvlak spelen dan een kleinere rol dan het halen van de wettelijke aantallen.
Wat merken woningzoekenden hiervan?
Voor mensen die ingeschreven staan voor een sociale huurwoning kan dit betekenen dat hun kans op toewijzing tijdelijk kleiner wordt. Als meer woningen worden ingezet om de achterstand weg te werken, schuiven andere woningzoekenden verder naar achteren in de rij.
Ook kan het gebeuren dat woningen in de bestaande wijken worden aangekocht of ingezet voor huisvesting van statushouders. Voor inwoners kan dat merkbaar zijn in hun directe woonomgeving, bijvoorbeeld wanneer nieuwe buren via een provinciale maatregel worden geplaatst in plaats van via de gebruikelijke gemeentelijke verdeling.
Wat merken inwoners in bredere zin?
Inwoners kunnen merken dat besluiten sneller en minder lokaal worden genomen. Waar nu de gemeenteraad uiteindelijk beslist over nieuwe locaties of verdeling, kan dat bij indeplaatsstelling meer op afstand worden bepaald door de provincie.
Daarnaast kunnen de financiële gevolgen voor de gemeente voelbaar worden, omdat maatregelen op kosten van Lansingerland worden uitgevoerd. Dat raakt indirect ook andere gemeentelijke keuzes en prioriteiten.
Wat hangt de gemeente boven het hoofd?
Er is dus nog geen directe ingreep. Maar de waarschuwing is helder. De gemeente moet sneller resultaten laten zien. De komende maanden zijn daarom bepalend.
Voor woningzoekenden betekent dit dat de discussie over de verdeling van schaarse woningen nog nadrukkelijker gaat worden. Niet alleen bestuurlijk, maar ook merkbaar in de praktijk.
Of Lansingerland zelf de koers kan blijven bepalen, hangt af van wat er vóór 1 juni op tafel komt — en of dat voor de provincie overtuigend genoeg is.







