Gemeenteraadsverkiezingen – wat beloven de partijen in hun programma’s en wat betekent dat

Over precies een maand mogen we weer naar de stembus. De gemeenteraadsverkiezingen van 2026 vinden plaats in een jaar dat voor gemeenten allesbepalend is. Waar eerdere verkiezingen vooral draaiden om nieuwe plannen en ambities, staat deze bestuursperiode in het teken van schaarste. 2026 is het zogenoemde ravijnjaar. Dat betekent dat gemeenten vanaf dit jaar structureel minder geld krijgen van het Rijk, terwijl hun taken niet minder zijn geworden. Integendeel. De kosten voor zorg, woningbouw, uitvoering en onderhoud blijven stijgen.

Dat maakt politieke keuzes minder vrijblijvend dan voorheen. Wie ergens meer wil doen, zal elders moeten minderen. Toch lezen veel verkiezingsprogramma’s alsof die realiteit slechts gedeeltelijk is doorgedrongen. Vrijwel alle partijen willen wel ergens investeren, verbeteren of versnellen. De vraag is niet of die ambities begrijpelijk zijn, maar hoe zij zich tot elkaar verhouden en wat de gevolgen zijn voor inwoners, gemeentefinanciën en u als belastingbetaler en kiezer.

RTV Lansingerland heeft alle verkiezingsprogramma’s integraal gelezen en thematisch naast elkaar gelegd. Daarmee proberen we voor de kiezer inzichtelijker te maken welke keuzes de partijen maken per hoofdonderwerp, wat dat betekent voor beleid en welke consequenties dat kan hebben in de praktijk.

Besturen in het ravijnjaar: voorzichtigheid, investeren of stilstand
Alle partijen erkennen dat 2026 financieel een lastig jaar wordt. De conclusies die zij daaraan verbinden lopen echter sterk uiteen.
Partijen als de VVD, het CDA en Leefbaar 3B leggen in het ravijnjaar de nadruk op financiële beheersbaarheid. Voor hen staat financieel beheersbaar bestuur centraal. Reserves moeten intact blijven, structurele tekorten moeten worden voorkomen en lastenverhogingen zijn ongewenst. In de praktijk betekent dit dat investeringen kritischer worden gewogen en dat financiële risico’s zwaarder meewegen. Oftewel plannen zouden uiteindelijk kunnen worden uitgesteld of versoberd. Leefbaar 3B koppelt dat in het programma aan herprioriteren, kritisch kijken naar gemeenschappelijke regelingen en een scherpere begrotingsaanpak (zoals zero-based begroten) voordat lastenverhogingen in beeld komen.

Aan de andere kant staan D66 en GroenLinks-PvdA. Zij zien het ravijnjaar juist als een stressproef: wie nu niet investeert in wonen, duurzaamheid en sociale voorzieningen, schuift problemen vooruit en maakt ze later groter. Deze partijen accepteren dat investeren in 2026 financiële spanning kan opleveren en dat keuzes pijn kunnen doen.

WIJ Lansingerland en de ChristenUnie nemen een middenpositie in. Zij erkennen de financiële druk, maar willen voorkomen dat voorzichtigheid omslaat in stilstand. Investeren mag, mits het uitlegbaar is aan inwoners en gericht op concrete maatschappelijke effecten.

Voor veel kiezers is naast “wat wil je uitgeven?” ook de vraag belangrijk: mag de OZB omhoog als het financieel tegenzit in een periode waarin het Rijk steeds minder bijdraagt maar de gemeente steeds meer taken krijgt? In de programma’s lopen de lijnen uiteen: D66 wil de OZB stapsgewijs verhogen richting het landelijk gemiddelde, terwijl Leefbaar 3B juist inzet op een zo laag mogelijke OZB. WIJ Lansingerland koppelt de lokale lasten aan “niet hoger dan het landelijk gemiddelde”, Volt noemt een beperkte verhoging bespreekbaar omdat Lansingerland laag zit, en het CDA benadrukt een gematigde en voorspelbare OZB. De VVD schrijft expliciet dat de OZB niet mag stijgen.

Wonen en ruimtelijke ontwikkeling: versnellen, begrenzen of beschermen
Wonen is het meest dominante thema in alle verkiezingsprogramma’s. Over de analyse bestaat weinig verschil van mening: Lansingerland kampt met een tekort aan betaalbare woningen (sociale huur, midden huur en goedkope koop). Waarbij het grootste tekort zit in kleinere woningen en gelijkvloerse appartementen voor bijvoorbeeld starters en ouderen. De verschillen tussen de partijen zitten in de voorgestelde oplossingen.

D66 en GroenLinks-PvdA kiezen expliciet voor versnelling en verdichting. Zij vinden dat Lansingerland moet accepteren dat het minder dorps en meer stedelijke randgemeente wordt. Meer appartementen, kleinere woningen en bouwen rond openbaar vervoer horen daarbij. Volgens deze partijen is dit de enige manier om de woningnood structureel aan te pakken.

De VVD en het CDA leggen juist de nadruk op begrenzen. Zij willen wel bouwen, maar niet onbeperkt. Behoud van leefbaarheid, overzicht en het dorpse karakter weegt zwaar. Leefbaar 3B combineert juist versnelling van de huidige bouwopgave met het begrenzen van nieuwe grootschalige uitbreidingen daarna. Te snelle groei kan volgens deze partijen leiden tot verkeersdrukte, verlies van groen en hogere kosten voor de gemeente, juist in het ravijnjaar.

WIJ Lansingerland en de ChristenUnie richten zich vooral op doelgroepen. Niet zozeer het absolute aantal woningen staat centraal, maar de vraag voor wie er wordt gebouwd en hoe wijken sociaal in balans blijven. Starters, gezinnen en senioren krijgen prioriteit, met aandacht voor voorzieningen en samenhang.

Wat in vrijwel alle programma’s onderbelicht blijft, is de financiële samenhang. Extra woningen betekenen ook extra uitgaven voor scholen, zorg, wegen, openbaar vervoer en ambtelijke capaciteit. Tegelijk ontvangen gemeenten bij bevolkingsgroei ook meer geld via het gemeentefonds. De vraag is echter of die extra inkomsten gelijke tred houden met de investeringen die vooraf nodig zijn. In het ravijnjaar wordt die financiële samenhang zelden volledig doorgerekend.

Bestuursakkoord Bleizo-West: wonen, windmolens en verschuivende ruimte
Het bestuursakkoord rond Bleizo-West raakt meerdere thema’s en kan grote gevolgen hebben voor Lansingerland. Door het akkoord is woningbouw op Bleizo-West mogelijk geworden, terwijl het gebied eerder grotendeels op slot zat omdat het was gereserveerd voor grootschalige energieopwekking (zoals windmolens) en bedrijvigheid. Lansingerland valt binnen de Regionale Energiestrategie (RES) Rotterdam–Den Haag: daarin is geen vaste windmolenplicht per gemeente vastgelegd, maar wordt gewerkt met zoekgebieden waar windenergie in principe onderzocht kan worden.

Het akkoord verandert de regionale energieafspraken niet, maar verschuift de lokale discussie. Omdat Bleizo-West wordt opengesteld voor wonen en werken en daar geen windmolens komen, verdwijnt de regionale opgave niet: de aandacht verschuift naar andere mogelijke locaties binnen de gemeente. In het akkoord staat bovendien dat de gemeente geen juridische procedures start tegen de provinciale besluitvorming over mogelijke windlocaties bij de Kruisweg en de Noordpolder.

Voor inwoners maakt dit het dossier gevoelig: als windmolens niet op het relatief afgelegen Bleizo-West komen, groeit de kans dat ze dichter bij woonkernen komen te staan, met gevolgen voor leefomgeving, uitzicht en woonkwaliteit. Daarnaast heeft het akkoord een tweede consequentie: doordat ruimte opnieuw wordt verdeeld, moeten ook bedrijventerreinen opnieuw worden ingepast. Het gaat onder meer om HMC-terreinen (tuinbouwgerelateerde bedrijvigheid zoals logistiek, techniek en verwerking) die vaak in hogere milieucategorieën vallen. In de praktijk kan dat betekenen dat zwaardere functies met meer verkeer, geluid, uitstoot of veiligheidsrisico’s dichter bij woonwijken komen te liggen, wat bij bewoners (o.a. rond Warmoeziersweg in Bergschenhoek en Chrysantenweg in Bleiswijk) zorgen oproept.

Politiek lopen de reacties uiteen. D66 en GroenLinks-PvdA noemen het akkoord noodzakelijk om woningbouw mogelijk te maken en zien windenergie en herstructurering van bedrijventerreinen als onderdeel van regionale verantwoordelijkheid. De VVD neemt in het verkiezingsprogramma een harde lijn: geen windmolens in Lansingerland en ook geen zonneweides; uitzicht en leefbaarheid moeten behouden blijven. Leefbaar 3B is in het verkiezingsprogramma expliciet tegen windmolens in Lansingerland en tegen zware industrie nabij woonkernen. Het CDA is volgens het eigen programma vanaf het begin tegen het bestuursakkoord en tegen grootschalige woningbouw op Bleizo-West: Bleizo is volgens hen geen logische woonomgeving en moet “met gezond verstand” worden ingevuld; tegelijk wijst het CDA windmolens bij Kruisweg en in de Berkelse Noordpolder af. WIJ Lansingerland en de ChristenUnie leggen de nadruk op het proces en willen meer transparantie en inspraak, dat terwijl WIJ Lansingerland in het eigen programma wel expliciet tegen windmolens is.

Bestuursakkoorden als dit zijn juridisch en financieel complex: terugdraaien of heronderhandelen kan vertraging, claims en conflicten met provincie en regio opleveren, terwijl onverkorte uitvoering kan leiden tot langdurige onrust en verlies van vertrouwen. Daarmee is Bleizo-West één van de scherpste breuklijnen richting de verkiezingen van 2026.

Zorg, jeugd en bestaanszekerheid: helpen onder druk
Zorg is voor alle partijen een kerntaak van de gemeente. Jeugdzorg, Wmo en ondersteuning van kwetsbare inwoners nemen een groot deel van de begroting in. Juist deze kosten zijn de afgelopen jaren sterk gestegen, terwijl gemeenten in 2026 minder financiële ruimte hebben.

De manier waarop partijen hiermee omgaan, verschilt duidelijk. D66, GroenLinks-PvdA en de ChristenUnie leggen sterk de nadruk op preventie en sociale netwerken. Zij willen problemen eerder signaleren, wijkgericht werken versterken en investeren in ondersteuning dichtbij huis. Het idee is dat deze aanpak op langere termijn dure specialistische zorg kan voorkomen, maar dat vraagt in het ravijnjaar wel om extra investeringen vooraf.

De VVD, CDA en WIJ Lansingerland leggen meer nadruk op doelmatigheid en eigen verantwoordelijkheid. Zorg moet beschikbaar zijn voor wie het echt nodig heeft, maar volgens deze partijen moet scherper worden gestuurd op kosten, effectiviteit en misbruik. Het CDA legt daarbij in het programma nadruk op ‘samenlevingskracht’: eerst ouders, school, sport en buurt versterken en pas daarna zwaardere professionele zorg inzetten. Deze partijen waarschuwen dat zonder duidelijke grenzen de zorguitgaven onbeheersbaar worden en andere gemeentelijke taken in de knel komen.

Leefbaar 3B werkt zorg en senioren in het verkiezingsprogramma uitgebreid uit, met nadruk op ouderenhuisvesting (zoals kleinschalige woonvormen), Wmo en jeugdzorg, ondersteuning van mantelzorgers en het terugdringen van wachttijden.

Tegelijk blijft, net als bij andere partijen, de kernvraag overeind hoe zulke ambities worden betaald als de financiële ruimte in het ravijnjaar krimpt. Wat vrijwel geen enkele partij expliciet benoemt, is hoe wordt omgegaan met echte schaarste. Als de zorgvraag blijft toenemen terwijl het budget in het ravijnjaar onder druk staat, zullen keuzes onvermijdelijk zijn: wie krijgt voorrang, welke vormen van ondersteuning worden beperkt en waar wordt mogelijk bezuinigd? Dat zijn besluiten die elke toekomstige coalitie zal moeten nemen, ongeacht de politieke samenstelling.

Hoeveel “echte schaarste” er de komende jaren in Lansingerland ontstaat, hangt mede af van Rijksbeleid en vooral van de vraag of taken en ambities ook met voldoende middelen worden ondersteund. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is positief over de toon van het nieuwe coalitieakkoord: er wordt sterker ingezet op samenwerking met gemeenten en op uitvoerbaarheid. Tegelijk concludeert de VNG dat meerdere ambities onvoldoende zijn onderbouwd. Met name bij klimaat en energie blijven de doelen overeind zonder extra middelen voor gemeenten, en in het sociaal domein (onder meer jeugdzorg en Wmo) ontbreken structurele oplossingen voor financiële tekorten. Ook op digitalisering verwacht de VNG blijvende investeringen, terwijl structurele middelen nauwelijks zijn uitgewerkt.

Veiligheid en leefbaarheid: handhaven of voorkomen
Veiligheid en leefbaarheid behoren tot de onderwerpen waarover inwoners van Lansingerland zich het meest zorgen maken. Volgens kiezersonderzoeken, waaronder het Kieskompas, geeft meer dan de helft van de inwoners aan veiligheid een belangrijk of zelfs doorslaggevend thema te vinden bij de gemeenteraadsverkiezingen. Die zorgen gaan niet over één enkel probleem, maar over een optelsom van ervaringen in wijken en dorpen.

Het gaat daarbij onder meer om de opvang van asielzoekers en statushouders, overlast in de openbare ruimte, verkeersveiligheid en gevoelens van intimidatie, bijvoorbeeld door groepen jongeren of het toenemende gebruik van snelle elektrische fietsen en fatbikes. Vrijwel alle partijen zeggen hier de mond vol van te hebben, maar de manier waarop zij deze problemen benaderen verschilt aanzienlijk.

AZC’s, statushouders versus gevoel van veiligheid in de wijk
Op het onderwerp asielopvang en statushouders lopen de politieke lijnen scherp uiteen. Daarbij is één onderscheid belangrijk: een AZC gaat over opvang van asielzoekers (mensen in procedure), terwijl statushouders na een verblijfsstatus via reguliere woonruimte in de gemeente worden gehuisvest.

Asielopvang (AZC)
De VVD en Leefbaar 3B leggen een direct verband tussen veiligheid, draagvlak en schaal. Zij stellen dat grootschalige opvang extra druk kan zetten op wijken, handhaving en sociale samenhang. Beide partijen zijn daarom tegen een AZC in Lansingerland en willen opvang zo beperkt en beheersbaar mogelijk houden.

Het CDA kiest een andere lijn: de huidige opvanglocatie voor circa 300 asielzoekers blijft volgens het programma tot 2030. Als daarna een nieuwe locatie nodig is, noemt het CDA Bleizo als logische plek aan de rand van de gemeente, zolang dat gebied nog niet is bebouwd.
D66, GroenLinks-PvdA en de ChristenUnie benadrukken dat opvang en veiligheid niet automatisch tegenover elkaar hoeven te staan. Volgens hen draait het om goede begeleiding, spreiding en snelle integratie, met voldoende inzet op handhaving en sociale ondersteuning. Volt legt de nadruk op integratie en sociaal-culturele activiteiten die contact tussen nieuwkomers en bewoners bevorderen, om spanningen en radicalisering te helpen voorkomen.

Statushouders (huisvesting, geen AZC)
Bij statushouders gaat het om huisvesting in reguliere woonwijken. Partijen leggen hier vooral nadruk op spreiding en begeleiding. Leefbaar 3B en het CDA zijn kritisch op concentratie in één wijk. D66, GroenLinks-PvdA en de ChristenUnie sturen vooral op integratie en stevige randvoorwaarden om wijkdruk te beperken. WIJ Lansingerland benadrukt dat de gemeente wettelijke taken heeft en wil heldere afspraken over schaal, spreiding en begeleiding, zodat problemen niet doorschuiven naar buurten.

Handhaving en overlast in de openbare ruimte
Over handhaving zijn partijen het eens dat zichtbaarheid belangrijk is, maar niet over de mate waarin dit het zwaartepunt moet zijn. De VVD en Leefbaar 3B pleiten voor meer handhavers, strengere handhaving van regels en sneller ingrijpen bij overlast, intimidatie en kleine criminaliteit. Volgens hen geeft dat inwoners het gevoel dat de gemeente grip heeft en grenzen stelt.

D66, GroenLinks-PvdA en de ChristenUnie leggen meer nadruk op preventie en het voorkomen van overlast voordat handhaving nodig is. Zij zien jeugdwerk, buurtgerichte aanpak en samenwerking met scholen en welzijnsorganisaties als essentiële onderdelen van veiligheidsbeleid. Handhaving blijft nodig, maar niet als enige instrument.

WIJ Lansingerland zoekt ook hier weer vooral de balans. De partij wil dat overlast snel en zichtbaar wordt aangepakt, maar waarschuwt dat handhaving alleen niet voldoende is als onderliggende problemen blijven bestaan. Volt legt in het programma nadruk op voldoende handhaving en zichtbaarheid op straat, met aandacht voor het aanpakken van ‘kleine’ overtredingen die leefbaarheid aantasten.

Extra handhaving heeft duidelijke financiële consequenties. Meer boa’s en toezichthouders betekenen structurele personeelskosten. In het ravijnjaar betekent dit automatisch minder ruimte voor andere gemeentelijke uitgaven, zoals zorg of onderhoud.

Verkeersveiligheid, fatbikes en intimidatie
Verkeersveiligheid wordt door vrijwel alle partijen genoemd als groeiend probleem, vooral rond scholen, winkelcentra en woonwijken. Het toenemende gebruik van elektrische fietsen en fatbikes zorgt voor snelheidsverschillen en onveilige situaties. Bewoners ervaren daarnaast soms intimidatie of asociaal gedrag in het verkeer.

Partijen als VVD, CDA en Leefbaar 3B benadrukken hier handhaving en duidelijke regels. Zij pleiten voor strenger optreden tegen gevaarlijk rijgedrag, betere handhaving op snelheid en het aanpakken van overlastgevende groepen.

D66, GroenLinks-PvdA en ChristenUnie leggen meer nadruk op inrichting van de openbare ruimte. Volgens hen kan een andere weginrichting, betere fietspaden en verkeersremmende maatregelen veel onveiligheid voorkomen zonder voortdurend te hoeven handhaven. Volt legt de nadruk op herinrichting richting leefbaarheid en veiligheid, met onder meer autoluwe/auto-vrije zones rond scholen. WIJ Lansingerland combineert beide invalshoeken en benadrukt dat verkeersveiligheid zowel een kwestie is van gedrag als van inrichting.

Klimaat, energie en geothermie: kansen en onzekerheden
Alle partijen erkennen dat de energietransitie noodzakelijk is, en dat vooral warmte het lastigst te verduurzamen onderdeel is. Warmte is moeilijk op te slaan en vraagt om langdurige, grootschalige oplossingen. Omdat Lansingerland geologisch gunstig ligt, wordt geothermie (aardwarmte) in vrijwel alle programma’s genoemd als kansrijke route, met name voor de glastuinbouw.

Die brede politieke omarming heeft ook een keerzijde. Geothermie is een jonge sector waarin nog veel onzeker is. Toezichthouder Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) en sectororganisatie Geothermie Nederland wijzen erop dat kennis, praktijkervaring en risicomodellen nog in ontwikkeling zijn. Langetermijneffecten zoals bodemdaling, seismische effecten en afkoeling van diepe aardlagen zijn nog niet volledig te overzien.

Ook financieel is geothermie geen eenvoudige oplossing. Aardwarmte is naar huidige inzichten twee tot drie keer duurder dan aardgas. Dat prijsverschil wordt grotendeels gecompenseerd via subsidies van het Rijk, waardoor de kosten uiteindelijk bij de belastingbetaler terechtkomen. Voor de glastuinbouw is geothermie daardoor aantrekkelijk: tuinders zetten hun energiekosten voor vele jaren vast tegen voorspelbare en relatief gunstige tarieven, iets wat al is verdisconteerd in de investeringsbeslissing.

De risico’s lijken dus niet helemaal gelijk verdeeld, maar dat is ook afhankelijk van hoe je als kiezer (en belastingbetaler) tegen het klimaatprobleem aankijkt. Bij misboringen, defecte of tegenvallende putten en technische problemen zijn de financiële gevolgen groot, maar komen die risico’s in de praktijk grotendeels terecht bij de belastingbetaler. De partij die het meeste profijt heeft, draagt daarmee niet automatisch ook het grootste risico. Tegelijk worden aardwarmte-installaties en diepe boringen steeds vaker gepland in de nabijheid van woonkernen. In een gemeente waar bewoners al langdurig ernstige hinder ervaren van het zogenoemde bromtoon-probleem – waarvan de oorzaak nog steeds niet eenduidig is vastgesteld – versterkt dat de zorgen over leefbaarheid, gezondheid en de cumulatie van onzekerheden.

Hoe staan de partijen in de energietransitie:
D66 en GroenLinks-PvdA kiezen nadrukkelijk voor versnelling van de energietransitie. Zij accepteren dat dit vraagt om publieke investeringen en het nemen van risico’s, omdat zij verduurzaming zien als noodzakelijke voorwaarde voor een toekomstbestendige economie. WIJ Lansingerland steunt verduurzaming eveneens en ziet geothermie vooral als een praktisch alternatief voor windmolens, waarbij de nadruk ligt op bestuurlijke haalbaarheid en uitlegbaarheid richting inwoners.

Het CDA benadert het onderwerp vooral vanuit bestaande structuren en koppelt verduurzaming aan warmtenetten en de economische positie van de glastuinbouw. De VVD kiest een duidelijk terughoudendere lijn en stelt betaalbaarheid en het beperken van financiële risico’s voorop. Leefbaar 3B legt sterk de nadruk op haalbaarheid en bescherming van woonwijken, met steun voor verduurzaming onder voorwaarden. De ChristenUnie benadrukt tot slot zorgvuldigheid en verantwoordelijkheid, met bijzondere aandacht voor langetermijneffecten op mens en omgeving.

Conclusie: kiezen tussen tempo, risico en regie
Wie de verkiezingsprogramma’s van Lansingerland naast elkaar legt, ziet dat partijen het vaak eens zijn over de hoofdproblemen – betaalbare woningen, financiële druk, de energietransitie en zorgen over leefbaarheid en veiligheid – maar verschillen veel meer op de details in prioriteit en aanpak.

De VVD legt het accent op financiële beheersbaarheid en het beperken van lasten en risico’s voor inwoners. Leefbaar 3B kiest nadrukkelijk voor “regie”: eerst herprioriteren en scherper sturen op uitgaven, met nadruk op leefbaarheid en duidelijke grenzen in ruimtelijke keuzes. Het CDA en WIJ Lansingerland zoeken vooral een koers waarbij ontwikkeling en voorzieningen mogelijk blijven, maar met nadruk op haalbaarheid, voorspelbaarheid en draagvlak. VOOR Lansingerland benadrukt in het programma vooral de lokale schaal en leefbaarheid als uitgangspunt bij groei en inrichting van de gemeente.

D66, GroenLinks-PvdA en Volt leggen de nadruk op tempo in vernieuwing: versnellen van woningbouw, verduurzaming en sociale investeringen, met de opvatting dat uitstel problemen groter maakt. De ChristenUnie kiest daarbij zichtbaar voor zorgvuldigheid en een sterke sociale focus, met extra aandacht voor kwetsbare groepen en langetermijneffecten.

Stemmen in 2026 gaat daarmee niet alleen over welke plannen u aanspreken, maar ook over welke manier van besturen u het meest vertrouwt in het ravijnjaar en de jaren daarna met minder financiële steun van het Rijk: strak op de financiën en risico’s, tempo maken met investeringen, of stap voor stap bijsturen met draagvlak en zorgvuldigheid. Iedere route kent zijn eigen beperkingen en consequenties voor onder meer lasten, leefomgeving en voorzieningen. En die keuze is aan u als kiezer; over welke koers u, voor u als inwoner en uw buren en de gemeente in zijn algemeenheid, het beste lijkt de komende jaren.

De verkiezingsprogramma’s:
WIJ Lansinsgerland
Leefbaar 3B
CDA
VVD
D66
ChristenUnie
GroenLinks-PvdA
VOLT