Jan-Willem van den Beukel is 44 jaar, woont in Berkel en Rodenrijs en is vader van vier kinderen. Veel inwoners kennen hem van zijn kritische houding tegenover het bestuursakkoord over Bleizo West, maar in gesprek in het tv-programma Gespreksstof schuift vooral een man naar voren die met zichtbaar plezier terugkijkt op een onbezorgde jeugd, die zich sterk verbonden voelt met natuur en leefomgeving en die in zijn politieke werk steeds weer uitgaat van vertrouwen in mensen.
In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen spreken we alle lijstrekkers in een nieuw programma: Gespreksstof. In dit één-op-één programma worden de lijsttrekkers van Lansingerland geïnterviewd op de bank in een persoonlijke setting. Dit keer staan niet hun partijprogramma’s of politieke standpunten centraal, maar zijn we nieuwsgieriger naar de mens achter de politicus.
Wie Jan-Willem hoort praten over leefomgeving, hoort daarin ook iets van zijn jeugd terug. Hij groeide op in Hillegersberg, net buiten de gemeentegrens van Lansingerland. “Aan de verkeerde kant van de grens.” zegt hij met een glimlach. Zijn jeugd speelde zich grotendeels buiten af: in het Bergse Bos, op de Bergse Plas met de scouting, schaatsend en zwemmend. “Ik heb een hele fijne, onbezorgde jeugd gehad.”
Die veilige basis heeft hem voor een groot deel zeker gevormd, zegt hij. “Het is een voorrecht om op te groeien in een prettige omgeving. Dat geeft vertrouwen. En als je zelf met vertrouwen in het leven staat, kun je dat ook aan anderen geven.” Het verklaart wellicht waarom hij zichzelf typeert als iemand die uitgaat van het goede in mensen.
Na de basisschool in de Molenwiek ging Van den Beukel naar het Marnix Gymnasium in Rotterdam-Centrum. Bewust, omdat hij uit de vertrouwde omgeving wilde stappen. “Hillegersberg kan soms een bubbel zijn. In Rotterdam kwam ik in aanraking met andere culturen, andere geloven, armere wijken. Dat was verrijkend.” Naast school raakte hij betrokken bij toneel en leerlingenorganisaties, waar zijn interesse in organiseren en maatschappelijke betrokkenheid groeide.
Politiek actief was hij toen nog niet, maar die stap volgde kort daarna. Na de middelbare school koos hij niet voor een economische richting, zoals zijn vader en broer, maar voor bosbouw in Wageningen. “Ik wilde iets doen wat ik belangrijk vond. Natuur en milieu spelen daarin een grote rol.”
Het moment waarop hij daadwerkelijk lid werd van een politieke partij, ontstond bijna terloops. Aan de bar, tijdens zijn studententijd, zei een ouderejaars gekscherend: ‘Je hebt zoveel praatjes, word dan lid van een politieke partij.’ Het zette Van den Beukel aan het denken. “Ik realiseerde me: in de politiek worden besluiten genomen. Daar wordt gediscussieerd én gekozen.” Hij vergeleek partijen en kwam al snel uit bij het CDA. “Ik heb even gedacht dat ik GroenLinks-achtig was, omdat ik groen belangrijk vind, maar dat wereldbeeld paste niet bij mij. Te veel overheid, te weinig samenleving.” Bij het CDA voelde hij zich meteen thuis, vooral vanwege het mensbeeld. “Het gaat om waarden als solidariteit, rechtvaardigheid en verantwoordelijkheid. Iedereen telt mee, ongeacht positie of achtergrond.”
Tijdens zijn studie zocht hij bewust de praktijk op. Ambitieus als hij is wilde hij niet dat zijn scriptie uiteindelijk in een la zou verdwijnen en belde een CDA-Kamerlid met de vraag of hij kon helpen. Dat leidde tot een stage in de Tweede Kamer en uiteindelijk zelfs tot een baan. Vijf jaar lang werkte hij in Den Haag, in een periode waarin het CDA groot was. “Ik heb meegeschreven aan coalitieakkoorden. Dat was een fantastische tijd.” Tegenwoordig combineert hij het raadswerk in Lansingerland met zijn functie als directeur van een branchevereniging voor raffinaderijen, waaronder ook bio-raffinaderijen. Zijn werk speelt zich vooral in Den Haag af, het raadswerk in de avonduren.
Als lijsttrekker hoeft Van den Beukel niet lang na te denken over waar hij zijn energie in wil steken. Niet één inhoudelijk thema staat bovenaan, maar de manier waarop de overheid met inwoners omgaat. “Ik hoor te vaak dat mensen het gevoel hebben dat de gemeente niet luistert of slecht bereikbaar is.” Burgerparticipatie, zegt hij, verzandt soms in post-its en avonden zonder duidelijk resultaat. Hij noemt het voorbeeld van bewoners die al lang pleitten voor een echte speeltuin in hun hofje. “Ze liepen tegen muren aan, kregen formele antwoorden. Door hen te helpen en hun stem door te geven, is het uiteindelijk gelukt.” Voor Van den Beukel is dat geen detail, maar een symptoom. “De houding van het gemeentebestuur naar inwoners moet beter. Dáár wil ik me voor inzetten.”
Benieuwd naar het hele interview? Kijk het interview hieronder via youtube:







