Ivo de Graaf is 54 jaar, woont al meer dan twintig jaar in Bergschenhoek en is getrouwd. Samen met zijn partner heeft hij drie kinderen. Op het eerste gezicht lijkt hij een typische ingenieur, rationeel en praktisch ingesteld, maar in gesprek met Marc de Boer in het TV-programma Gespreksstof blijkt al snel dat zijn betrokkenheid bij mensen en de samenleving net zo groot is als zijn liefde voor techniek.
In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen spreken we alle lijstrekkers in een nieuw programma: Gespreksstof. In dit één-op-één programma worden de lijsttrekkers van Lansingerland geïnterviewd op de bank in een persoonlijke setting. Dit keer staan niet hun partijprogramma’s of politieke standpunten centraal, maar zijn we nieuwsgieriger naar de mens achter de politicus.
Opgegroeid in Krimpen aan den IJssel, kijkt De Graaf terug op een veilige en gelukkige jeugd. „Ik heb een hele goede, veilige en beschermde jeugd gehad. Een beetje standaard huisje, boompje, beestje,” vertelt hij breed glimlachend. Zijn familie, met twee zussen en een broer, gaf hem een gevoel van stabiliteit en verantwoordelijkheid.
Na de middelbare school vertrok hij naar Delft om civiele techniek te studeren, een logische keuze voor iemand uit een familie van ingenieurs. „Dat zat er eigenlijk al vroeg in. Iedereen in mijn familie zat in techniek, dus Delft voelde als vanzelfsprekend.” Hij specialiseerde zich in offshore mechanica, maar het waren niet de vakken die hem het meest bijbleven, zegt hij. „Ik ben uiteindelijk voor die afstudeerrichting gegaan vanwege een professor die daar zat. Een hele inspirerende man.”
Techniek blijft belangrijk, maar de interesse voor politiek zat er ook al vroeg in. Een leraar maatschappijleer op de middelbare school stak het vuurtje aan. „Hij kon prachtig vertellen over politiek en hoe het politieke spectrum in Nederland in elkaar zit. Daar is mijn interesse echt aangewakkerd.” Toch kwam zijn politieke loopbaan pas later. In 2011 werd hij lid van de VVD. „Het liberale zat altijd al in me. Mensen eigen verantwoordelijkheid geven en daar zorgvuldig mee omgaan,” legt hij uit. „Mijn ouders legden me nooit een strobreed in de weg. Het was mijn eigen verantwoordelijkheid.”
Politiek is voor De Graaf iets dat hij naast zijn werk doet, maar dat volledige inzet vraagt. „Het is vrijwillig, maar niet vrijblijvend,” zegt hij. In het verleden koos hij bewust voor een pauze toen zijn kinderen jong waren. „Met jonge kinderen kon ik die tijd er toen niet bij hebben. Nu ze ouder zijn, heb ik weer ruimte om me volop in te zetten.”
Als politicus combineert hij ratio en bevlogenheid. „Als je dit naast je normale werk doet, moet je wel een bepaalde bevlogenheid hebben om al die tijd en energie erin te steken,” vertelt hij. Maar zijn aanpak is altijd constructief: hij zoekt naar overeenkomsten in plaats van verschillen. „De verleiding is groot om het te hebben over die twintig procent waar je het niet over eens bent. Maar begin nou eens met vaststellen welke tachtig procent je wel deelt.”
Voor De Graaf draait politiek uiteindelijk om verantwoordelijkheid en het grotere geheel. „Er zijn eigenlijk maar weinig mensen actief betrokken bij het besturen van het land. Er was vroeger zo’n SIRE-spotje: de maatschappij, dat ben jij. Dat is ook zo. We maken dit land met elkaar.”
Benieuwd naar het hele interview? Kijk het interview hieronder via youtube:







