Vanaf zijn zesde woont Brecht Weerheijm in Lansingerland. Hij groeide op in Berkel en Rodenrijs, ging naar de Prins Willem Alexanderschool en bezocht later de middelbare school in Bergschenhoek. Inmiddels woont hij in Bergschenhoek, maar waar hij precies is, maakt hem eigenlijk weinig uit. “Ik voel me vooral een Lansingerlander,” zegt hij. Iedere kern heeft volgens hem zijn eigen charme, maar samen vormen ze één gemeenschap.
In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen spreken we alle lijstrekkers in een nieuw programma: Gespreksstof. In dit één-op-één programma worden de lijsttrekkers van Lansingerland geïnterviewd op de bank in een persoonlijke setting. Dit keer staan niet hun partijprogramma’s of politieke standpunten centraal, maar zijn we nieuwsgieriger naar de mens achter de politicus.
Het gemeenschapsgevoel is voor Brecht altijd belangrijk geweest. Hij zag Lansingerland in de loop der jaren veranderen: groter worden, maar toch ook herkenbaar blijven. Hij komt nog steeds oude bekenden tegen, zeker in de supermarkt waar hij vroeger werkte. Hij benoemt dat als iets typisch Lansingerland: sterk groeiend, maar toch ook met dorpse kernen die intact zijn gebleven.
Al op jonge leeftijd, in zijn tienerjaren, raakte Brecht geïnteresseerd in politiek. Waar leeftijdsgenoten zich met heel andere dingen bezighielden, las hij kranten, keek hij het journaal en wilde hij begrijpen hoe de wereld om hem heen werkte. Op zijn vijftiende of zestiende werd hij lid van D66, na een ontmoeting met de lokale afdeling tijdens een barbecue. En het bleek geen bevlieging maar een blijvertje: sindsdien is hij altijd voor D66 actief gebleven.
Na de middelbare school ging hij in 2016 studeren aan de Universiteit Leiden. Hij koos voor een combinatie van bestuurskunde en filosofie. Filosofie gaf hem de ruimte om dieper na te denken over grote vragen, terwijl bestuurskunde juist praktisch en concreet was. Die combinatie typeert hem: nadenken én doen en ook die verschillen gebruikt hij als hij actief is in zijn diverse rollen als academicus, onderzoeker, docent en politicus.
Na zijn studie bleef hij “hangen” in het academische, aan de universiteit Leiden – maar wel in Den Haag. Eerst dus als student en later als onderzoeker en docent. Inmiddels werkt hij er al bijna vijf jaar. Als onderzoeker houdt hij zich bezig met kunstmatige intelligentie in het veiligheidsdomein, een onderwerp dat de afgelopen jaren steeds relevanter is geworden. Daarnaast geeft hij les. Die afwisseling tussen onderzoek, onderwijs en politiek bevalt hem goed. “Het zijn verschillende petten, maar ze vullen elkaar aan.” vertelt hij.
Zijn ervaringen in de gemeenteraad neemt hij mee de collegezaal in, en andersom. Brecht merkt dat theorie en praktijk lang niet altijd netjes op elkaar aansluiten. Juist dat spanningsveld vindt hij interessant. Hij laat studenten graag zien hoe besluitvorming er op lokaal niveau écht uitziet: rommelig soms, maar ook menselijk en leerzaam.
Wat hem drijft in de politiek is niet alleen inhoud, maar ook het contact met mensen. Hij haalt voldoening uit het gesprek, het samen zoeken naar oplossingen en het stap voor stap verbeteren van de gemeente en bijdragen aan de gemeenschap. “Het gaat in kleine stappen, maar als je terugkijkt zie je dat er wel degelijk dingen veranderen.”
In de campagne richt Brecht zich vooral op het thema wonen. Hij merkt zelf hoe moeilijk het is voor jonge mensen om een passende woning te vinden. Volgens hem is het tekort groot, zijn woningen duur en is er te weinig betaalbaar aanbod. Dat raakt niet alleen zijn generatie, maar veel verschillende groepen in Lansingerland.








